Non-doing

Mindfulness is niet een ik-gestuurd doen, maar een zijnstoestand die kan ontstaan vanuit laten zijn.
Often mindfulness is referred to as watchfulness. But that should not give the impression that mindfulness means watching something happening. Mindfulness means being watchful, rather than watching some thing. This implies a process of intelligent alertness, rather than the mechanical business of simply observing what happens.

"The Sanity we are born with, a Buddhist approach to psychology"
(Je gezonde kern, een boeddhistische benadering van psychologie) - Chögyam Trungpa
You cannot practice true zazen, because you practice it; if you do not, then there is enlightenment, and there is true practice. When you do it, you create some concrete idea of "you" or "I," and you create some particular idea of practice or zazen. So here you are on the right side, and there is zazen on the left. So zazen and you become two different things.

"Zen Mind, Beginner's Mind, Informal talks on Zen meditation and practice"
(Zen-begin, eindeloos met zen beginnen) - Shunryu Suzuki, een Japanse zenmeester die leefde in de vorige eeuw.
Doen is hierbij vanuit de situatie waarbij denken en ervaren meer in evenwicht zijn en meer een geïntegreerd geheel zijn. Jon Kabat-Zinn (een Boeddhistische meditatie-leraar die Mindfulness Based Stress Reduction ontwikkelde) heeft het in relatie hiermee over non-doing en "doing that comes out of being, out of awareness".
Non-doing simply means letting things be and allowing them to unfold in their own way. Enormous effort can be involved, but it is a graceful, knowledgeable, effortless effort, a "doerless doing," cultivated over a lifetime.

"Wherever you go, there you are, mindfulness meditation for everyday life"
(Waar je ook gaat, daar ben je - meditatie in het dagelijks leven) - Jon Kabat-Zinn
Non-doing wordt in oude Tibetaanse teksten ook gerelateerd aan meditatie. Tsele Natsok Rangdröl, quote bijvoorbeeld Shavaripa, een andere Boeddhistische leraar, in zijn boek: The heart of the matter.
In this way, at any moment throughout the three times,
To simply sustain the boundless innate state of nondoing mind,
is given the name 'meditation'.
Don't control the breath, don't tie down thought,
but rest your mind uncontrived,
like a small child.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl,
een Tibetaans Boeddhistische meditatie-meester die leefde in de 17e eeuw
Non-doing heeft te maken met hoe we met ervaring omgaan. We proberen niet een bepaalde ervaring te creëeren en we proberen ook niet een bestaande ervaring te veranderen, zodat we niet iets met een ervaring doen. Maar dit sluit activiteit niet uit omdat er hierbij een opeenvolging van ervaringen kan zijn waarbij ervaringen natuurlijk kunnen komen en gaan. Er is als het ware een natuurlijke stroom van ervaringen zodat bij non-doing in activiteit er “flow” is en er niet zozeer een “ik doe” benadering is met de bijkomende fixaties, maar waarbij de activiteit van doen voortkomt uit de heelheid van zijn en een licht karakter heeft.
Via doen proberen we dingen tot stand te brengen of krijgt iets vorm. Bijvoorbeeld als we praten produceren we geluid zodanig dat een andere persoon ons kan begrijpen. Maar dit gebeurt niet op een manier waarvan we soms denken dat het gebeurt. Er kan makkelijk de illusie zijn dat er een "ik" is die dingen doet of moet doen. Echter in werkelijkheid ontstaan dingen doordat verschillende delen met elkaar samenwerken (of elkaar beïnvloeden). Dit is zowel in onszelf als wanneer we in een team samenwerken en iets tot stand brengen. In het Boeddhisme wordt gezegd dat er bestaan is via "interdependent origination". Als we de illusie hebben dat "ik" de dingen doet, en we de dingen zo benaderen dan is dat meer een benadering waarbij er scheiding is: "ik" versus "niet-ik" en "ik" doet "iets" met "dat" en dat brengt automatisch een conceptuele benadering met zich mee. Bij mindfulness wordt deze benadering losgelaten en is er openheid en ruimte om de dingen in jezelf te laten samenwerken en te laten samen zijn en is er meer een benadering van laten ontstaan zodat er doen zonder "ik" als doener kan zijn. Het is daardoor niet nodig om een conceptuele benadering te hebben zodat deze losgelaten kan worden.
Op zich is de ervaring van "ik" of zelf wel werkelijk in de zin dat deze ervaring er echt is, maar ook deze ervaring komt tot stand via een proces waarbij meerdere delen betrokken zijn of anders gezegd via "interdependent origination".
There is a very important passage in Nagarjuna´s Fundamental Treatise on the Middle Way (Madhyamakamulakarika), where he states:

'That which is dependently originated, I call empty. And that is, in turn, dependently designated.'

The idea is that whatever is dependently originated is empty in the ultimate sense, and that what we designate dependently, is nothing other that empty phenomena.

"The four noble truths" - The Dalai Lama
Nagarjuna was een belangrijke Boeddhistische leraar die leefde in India in de 2e eeuw. Hij is de grondlegger van de Madhyamaka filosofie. Deze filosofie maakt de prajnaparamita leringen van de Boeddha via overdenkingen duidelijk.

Zie onderaan deze pagina voor een uiteenzetting over het toepassen van het bovenstaande op verschijnselen en inzichten uit de moderne natuurkunde.
Hoewel de ervaring van "ik" er werkelijk is en bestaat, bestaat deze niet op een absolute manier in de zin van dat er een "ik" is dat onafhankelijk en permanent bestaat. De afwezigheid van zo'n absoluut en onafhankelijk bestaand zelf wordt ook wel aangeduid met leegte en is gerelateerd aan het begrip shunyata uit het Sanskriet dat ook wel vertaald wordt met openheid. Het illusionaire ervan is, dat het concept "ik" wel projecteert alsof het onafhankelijk bestaat en permanent is. Eenzelfde soort van illusie kan spelen bij objecten waarmee je iets doet of waarop de actie betrekking heeft. Hoewel de ervaring van die objecten werkelijk is, bestaan ook deze objecten niet absoluut zodat ook hierbij iets geprojecteerd wordt dat uiteindelijk niet klopt. Daarnaast kan hierbij ook nog spelen dat deze objecten als "buiten" je gezien worden, terwijl je die objecten eigenlijk alleen maar kent via je eigen ervaring en die ervaring is niet gescheiden van je.
Bijvoorbeeld als u een "ding" op de weg ziet rijden en dit herkent als auto kan het lijken alsof die auto "echt" bestaat. De auto wordt herkend als auto omdat het vier wielen en een motor heeft en omdat er mensen inzitten etc. Mocht er bijvoorbeeld geen motor inzitten en iemand zit erin en moet trappen dan is het wellicht een ligfiets.
Kennelijk bestaat het "ding" auto in afhankelijkheid van de aanwezigheid van een motor. Je zou kunnen zeggen dat het "ding" auto in afhankelijkheid van essentiële onderdelen bestaat. Immers als zo'n essentieel onderdeel niet aanwezig is dan is het geen auto maar iets anders.
Daarnaast speelt hierbij ook dat degene die het "ding" observeert hieraan het label of concept auto toekent en of dit wel of niet gebeurt ermee te maken heeft hoe deze persoon het ding herkent en waar deze persoon mee bekend is. Iemand die niets van auto's weet (bijvoorbeeld iemand van een stam die leeft in de natuur en die onbekend is met het idee auto) zal het "ding" niet als auto herkennen. Het bestaan van het "ding" als auto is daardoor afhankelijk van de persoon die het "ding" observeert en de processen in deze persoon die bij de herkenning betrokken zijn, en die processen op zichzelf zijn weer afhankelijk van meerdere "dingen" zoals de samenwerking tussen en het functioneren van verschillende hersencellen.
Op basis van het bovenstaande wordt duidelijk dat het "externe object" auto in afhankelijkheid bestaat en niet in absolute zin bestaat zodat het leeg is van absoluut en inherent bestaan.
Dit soort illusies van "ik" en externe objecten, gaan vaak gepaard met dualistische fixatie en die fixaties kunnen heel subtiel zijn zodat dan op een subtiel niveau ik-gestuurd-doen plaats vindt.
Even when the teacher who 'points out' mind points out that there is no mind to point out, will the student have anyway to understand what is being said? Without insight into how illusion mind sets up and is set up, the student will remain caught in the framework of 'subject-object-instructions-something-to-do'.

Milking the painted cow, the creative power of mind and the shape of reality in light of the buddhist tradition - Tarthang Tulku
De illusies kunnen ook weer reacties teweeg brengen in de vorm van emoties en gedachten. De "mind" en de hersenen reageren hierbij op elkaar waardoor je hierin verstrict kan raken omdat de reacties en illusies elkaar in stand kunnen houden en/of elkaar kunnen versterken. Het Boeddhistische begrip samsara (een begrip uit het Sanskriet dat vertaald wordt met "in cirkels ronddraaien" of "cyclisch bestaan") verwijst hier min of meer naar hoewel dit ook een meer religieuze betekenis heeft in zowel het Boeddhisme als Hindoeïsme.
We have mistaken our nonexistent personal experience
to be the objects.
And by the power of ignorance, mistaken self-cognizance
to be a "self."
This dualistic fixation has made us wander in the sphere
of samsaric existence.
May we cut ignorance and confusion at the very root.

Song of Karmapa - Third Karmapa, Rangjung Dorje (1284 - 1339) with commentary by Chökyi Nyima. Rangjung Dorje was een belangrijke Tibetaans Boeddhistische leraar en ook leraar van de Chinese Keizer. Chökyi Nyima is een hedendaagse Tibetaans Boeddhistische leraar.
Via de beoefening van mindfulness kan de "ik doe" benadering, die de illusies van een permanent en onafhankelijk bestaand "ik" en absoluut bestaande externe objecten kan versterken, losgelaten worden, waarbij deze illusies herkend kunnen worden en de dualistische benadering overstegen kan worden.
If we begin with mindfulness and move beyond just watching, we come in contact with awareness beyond doer and watcher. This awareness is flexible and penetrating, uplifting and protecting.

Milking the painted cow, the creative power of mind and the shape of reality in light of the buddhist tradition - Tarthang Tulku
Op basis van het onderstaande zou je mindfulness ook kunnen zien als een toestand die ontstaat vanuit het principe van wu wei en dat er vandaaruit "doen zonder doen" kan zijn wat aangeduid wordt met wei wu wei. Wu wei en wei wu wei zijn begrippen uit het Taoïsme. Wu wei wordt vertaald als "zonder doen", "zonder actie", "zonder inspanning", "zonder controle" en wei wu wei als "handelen zonder te handelen" of "effortless doing". Het verwijst naar een natuurlijke harmonieuze manier van zijn "in tune" met de aard van de dingen en de dingen natuurlijk laten ontstaan zonder te forceren.
Literally, Wu Wei means "without doing, causing, or making." But practically speaking, it means without meddlesome, combative, or egotistical effort.

When we learn to work with our own Inner Nature, and with the natural laws operating around us, we reach the level of Wu Wei. Then we work with the natural order of things and operate on the principle of minimal effort.

"Tao does not do but nothing is not done". It means that Tao doesn't force or interfere with things, but lets them work in their own way, to produce results naturally. Then whatever needs to be done is done.
In Chinese, the principle would be Wei Wu Wei - 'Do Without Doing'. From Wei Wu Wei comes Tzu Jan, 'Self So.' That means that things happen by themselves, spontaneously.

"The Tao of Pooh"
(Tao van Poeh) - Benjamin Hoff
Mindfulness is niet iets wat je doet, maar een zijnstoestand die vanuit laten-zijn, kan ontstaan zonder dat die toestand geforceerd of belemmerd wordt.
There is no ease within samsara’s realms;
Ease is found in the awakened state.
Through effort this awakened state is never gained;
It is not achieved with effort, but by letting be and never striving.

By rejection, samsara is not left behind;
It is freed within itself by letting be.
Your attempts to cure your miseries have brought no ease;
You are at ease by loosely letting be.

"Treasures from Juniper Ridge: The profound Treasure Instructions of Padmasambhava to the Dakini Yeshe Tsogyal, commentary by Tulku Urgyen Rinpoche"
Padmasambhava was een belangrijke Boeddhistische leraar en één van de leraren die het Boeddhisme in de 8e eeuw van India naar Tibet bracht. Yeshe Tsogyal was een beroemde Tibetaanse vrouwelijke student van Padmasambhava. Tulku Urgyen, was een beroemde Tibetaans Boeddhistische leraar die leefde in de vorige eeuw.
In het begin kan het, vanwege gewoonte-patronen en de ideëen die deze met zich meebrengen, zijn dat de aandacht makkelijk vast komt te zitten in fixaties op gedachten en op deze manier afgeleid is. Er is dan enige bewuste inspanning nodig om opnieuw te laten zijn in ervaren. Dit kan echter op een ongedwongen manier gebeuren zodat ook in deze situatie mindfulness niet wordt gedaan, maar er eerder een ont-doen van een afleiding plaatsvindt.
Een eerste stap hierin kan het toelaten van het fixerende patroon in je ervaring zijn en op deze manier gewaar te zijn van wat er door je heen gaat. Hierbij wordt met toelaten niet bedoelt jezelf verliezen in een gedachtenpatroon. In plaats van meegezogen te worden in een gedachtenpatroon, laat je hierbij de dingen (gedachten, gevoelens, gevoel) door je heen gaan terwijl je ervaart. In plaats van in het patroon vast te zitten, wordt je er meer los en vrij van, wordt je meer gewaar en is er meer laten zijn in gewaar zijn.

Madhyamaka filosofie en afhankelijkheden in de moderne natuurkunde

Het is interessant om de Madhyamaka manier van denken toe te passen op verschijnselen uit de moderne fysika. In de moderne fysika is er de zogenaamde wave-particle duality. Een elektron gedraagt zich soms als deeltje en soms als golf afhankelijk van hoe de meetopstelling is georganiseerd (single slit versus double slit). Dan zou je dus kunnen zeggen dat het elektron als deeltje in afhankelijkheid bestaat en dat dus een elektron absoluut gezien leeg is van een inherent en onafhankelijk bestaand deeltje. Zou een elekton zo'n deeltje wel zijn, dan zou het deeltjesgedrag niet in afhankelijkheid van de meetomgeving optreden, immers het zou dan onafhankelijk als deeltje bestaan. Opdezelfde manier zou je ook kunnen beredeneren dat een elektron ook leeg is van een inherent en onafhankelijk bestaande golf. Zo geredeneerd is een elektron fundamenteel of absoluut gezien noch een inherent en onafhankelijk bestaand deeltje, noch een inherent en onafhankelijk bestaande golf, hoewel een elektron zich wel als deeltje of golf kan voordoen, waarbij het dan zijn zogenaamde deeltjes-karakter of golf-karakter laat zien. Omdat een elektron leeg is van beide dingen (golf en deeltje), suggereert dit dat een elektron leeg is van een inherent en onafhankelijk bestaand ding of object omdat zo'n inherent en onafhankelijk bestaand ding niet gevonden kan worden in een elektron.
De wave-particle duality is niet alleen van toepassing op elektronen maar op alle subatomaire deeltjes die daarom absoluut gezien geen inherent en onafhankelijk bestaande dingen zijn of anders gezegd: geen dingen die vanuit zichzelf bestaan. In plaats van deze te zien als dingen, kunnen deze subatomaire deeltjes gezien worden als bepaalde gebeurtenissen, processen of verschijnselen die gebonden aan bepaalde wetmatigheden zich voordoen en daarin afhankelijkheden hebben.

Je zou ook kunnen zeggen dat conceptueel denken in het geval van die subatomaire deeltjes niet meer toereikend is. Met één concept is dat niet goed te verwoorden. Je hebt er in feite twee woorden voor nodig om zo'n elektron goed te beschrijven, want alleen deeltje is niet volledig en alleen golf ook niet. In de natuurkunde staat dit bekend als het complementariteitsprincipe dat Niels Bohr introduceerde in 1928. De beperking van conceptueel denken toont zich hier omdat je conceptueel gezien een soort van paradox krijgt. Hoe kan een elektron soms een deeltje en soms een golf zijn?

Bovenstaande redening laat zien dat dit geen probleem hoeft te zijn als je inziet dat het absoluut gezien geen inherent en onafhankelijk bestaande deeltje of golf is, maar dat een elektron afhankelijk van de situatie een ander karakter laat zien en dat dit vervolgens met een bepaald concept, zoals deeltje of golf, gelabeld wordt en dat dit labelen gaat over hoe een elektron zich voordoet in die situatie en niet over hoe een elektron absoluut gezien is.
Een punt hierbij is wel dat een concept als een deeltje suggereert dat het gaat om een inherent en onafhankelijk bestaand deeltje, zodat als dit soort concepten gebruikt worden we geneigd zijn te denken dat het wel om zulke deeltjes gaat. Bijvoorbeeld bij deeltjes-fysica denken we al snel dat het om echte (inherent en onafhankelijk bestaande) deeltjes gaat. Dit lijkt een eigenschap te zijn van dit soort denken. Als we in dingen denken dan brengen we scheiding aan en suggereert het dat dingen los van elkaar bestaan. Dit wordt wellicht veroorzaakt doordat conceptueel denken ontwikkeld is in de context van het dagelijks leven zodat dit denken weerspiegelt hoe het in het dagelijks leven lijkt te zijn.
Bovenstaand onderscheid tussen hoe dingen lijken te zijn en hoe dingen absoluut gezien zijn wordt in het Boeddhisme ook gemaakt via de zogenaamde relatieve of conventionele werkelijkheid en de absolute of ultieme werkelijkheid, de zogenaamde two truths. De absolute werkelijkheid, hoe de "dingen" werkelijk zijn, gaat volgens het Boeddhisme conceptuele beschrijving te boven, die is niet goed in woorden en concepten uit te drukken. De relatieve werkelijkheid is de werkelijkheid die via onderlinge afhankelijkheid bestaat maar die conceptueel (via mentale constructie of fabricatie, ontstaan via afhankelijkheden) en als echt (inherent en onafhankelijk bestaand) gekend wordt en die daardoor illusoir is. De precieze definities van de two truths verschillen in de verschillende filosofische stromingen of scholen die het Boeddhisme kent.

Wetenschap en absolute werkelijkheid

Natuurkunde maakt veel gebruik van concepten en wiskunde om de wereld en het universum waarin we leven te modelleren en uiteindelijk bestaat wiskunde ook uit concepten. Op basis van bovenstaande kan je dan concluderen dat natuurkunde (of wetenschap in het algemeen) niet gaat over hoe dingen absoluut gezien zijn, maar hoe de dingen zich aan ons tonen en lijken te zijn en daarin verschaft de wetenschap ons diep inzicht met soms praktische toepassingen die het leven makkelijker maken. Maar natuurkunde, ook al houdt het zich bezig met subatomaire deeltjes, gaat er niet over hoe de dingen absoluut gezien zijn.
Wetenschap probeert verschijnselen te verklaren en metingen binnen foutmarges te kunnen berekenen en voorspellen en gebruikt daarvoor conceptuele modellen en beschrijvingen. Die modellen zitten dan wiskundig in elkaar en zijn gebaseerd op conceptuele definities van entiteiten die een rol spelen in zo'n model (zoals bijvoorbeeld een elektron, atoom, etc) en de conceptuele definities van de wiskunde zelf. Op die manier wordt er dan een model gefabriceerd dat die metingen nauwkeurig kan voorspellen, zodat het model goed overeenkomt met de metingen. Eigenlijk zou wetenschap het hierbij moeten laten. Maar wat er kan gebeuren is dat dat conceptuele bedachte model geprojecteerd wordt als zijnde de werkelijkheid zoals die is. Echter die conceptuele beschrijvingen en modellen geven niet aan hoe het absoluut gezien is, maar zijn slechts modellen om de werkelijkheid min of meer in kaart te kunnen brengen op een conceptuele manier.
Dit onderscheid wordt in het Boeddhisme ook aangeduid met het gezegde:

"The finger pointing to the moon is not the moon itself."

of anders gezegd:

De kaart van Amsterdam is niet Amsterdam zelf
Het atoommodel is niet het atoom zelf
De gedachte aan een persoon is niet die persoon zelf

De modellen en beschrijvingen van de wetenschap helpen ons in het goed kunnen denken over de wereld om ons heen en daarbij ook onjuiste denkwijzen of ideëen los te laten, maar het gaat nogal ver om wat die gedachten projecteren op die wereld gelijk te stellen aan wat die wereld is. Is het überhaupt wel mogelijk voor menselijke gedachten om te kunnen projecteren hoe de dingen uiteindelijk zijn? Of heeft menselijk denken altijd bepaalde beperkingen in zich waardoor dit, als het gaat om absolute werkelijkheid, altijd onjuistheden of paradoxen met zich mee brengt?

Bijvoorbeeld het menselijk denken deelt de werkelijkheid op in verschillende concepten om deze te kunnen analyseren en begrijpen: ruimte, tijd, materie, atomen, moleculen etc. Maar de werkelijkheid is gewoon, die hoeft niet op te delen, want die hoeft zichzelf niet te analyseren. Op het moment dat je een model van de werkelijkheid met al die concepten gelijk stelt aan de werkelijkheid, projecteer je ook die conceptuele opdeling, die in het model aanwezig is, op die werkelijkheid, waardoor je dan iets introduceert in je idee over die werkelijkheid dat in werkelijkheid zo niet hoeft te zijn.
Wellicht is het voor mensen alleen mogelijk om de werkelijkheid zoals die is te kennen in de directe persoonlijke ervaring, niet bevangen in het conceptueel denken dat ervaring opdeelt.

Ook al zijn de concepten in de moderne natuurkunde geavanceerder dan in de klassieke (Newtoniaanse) natuurkunde, dan nog is het onwaarschijnlijk dat dit de werkelijkheid, zoals die is, weergeeft. Bijvoorbeeld een belangrijk concept in de moderne natuurkunde is de probability wave function uit de kwantum mechanica, die de waarschijnlijkheid aangeeft dat bijvoorbeeld een elektron zich ergens bevindt, maar om nu te zeggen dat de werkelijkheid voortdurend kansberekening toepast is een beetje vreemd. Wie of wat zou dat dan moeten doen of hoe zou dit dan tot stand moeten komen en welke processen of mechanismen spelen daarbij dan een rol?
Albert Einstein formuleerde zijn bezwaar tegen de kwantummechanica op soortgelijke manier toen hij zei: "God dobbelt niet".
De waarschijnlijkheidsgolf kan echter ook gezien worden als een nuttig concept om hoe de natuur zich gedraagt, te kunnen modelleren in een wiskundig model en om daarbij het deeltjes- en golfkarakter in één wiskundig model te kunnen integreren, maar zonder dat het aangeeft wat de werkelijkheid uiteindelijk is.
Op deze manier zou de waarschijnlijksheidsgolf gezien kunnen worden als een macroscopische benadering/concept terwijl er een microscopische werkelijkheid aan ten grondslag ligt die onbekend is. De waarschijnlijkheidsgolf is op deze manier een relatieve werkelijkheid, zonder dat deze aangeeft hoe de ultieme of absolute werkelijkheid is.

De wiskundige en natuurkundige modellen kunnen heel geavanceerd zijn, maar uiteindelijk bestaan die modellen alleen in de gedachtewereld van degene die zich ermee bezig houdt en zijn het gedachteprocessen. De aard van de modellen is daardoor dezelfde als die van gedachten en zijn daarom leeg van inherent en onafhankelijk bestaan. Ook zijn de modellen daardoor uiteindelijk beperkt door de beperkingen die conceptueel denken met zich meebrengt, ook al zijn de modellen via het gebruik van geavanceerde wiskunde en ook computers enorm ontwikkeld en kunnen ze accuraat metingen voorspellen of verschijnselen verklaren.

Het is verleidelijk om natuurkundige modellen (en in het algemeen wetenschappelijke modellen) te projecteren als zijnde de werkelijkheid, zeker als deze modellen wiskundig heel geavanceerd in elkaar zitten en metingen nauwkeurig kunnen voorspellen en verschijnselen kunnen verklaren en daarom door iedereen geaccepteerd worden. Maar als dat gebeurt worden gedachten geprojecteerd als zijnde een absolute werkelijkheid terwijl gedachten opzichzelf een ander karakter hebben (dan hetgeen ze dan projecteren) en niet inherent en absoluut bestaan. Als dit gebeurt, zonder gewaar te zijn van gedachten als gedachten, ontstaat een paradoxale situatie. Aan de ene kant wordt geprojecteerd hoe het absoluut is en ga je er vanuit dat je dat weet terwijl op hetzelfde moment je niet jezelf kent omdat je niet gewaar bent van gedachten als gedachten en niet hun aard ervaart. Vanwege die aard van gedachten zou je kunnen zeggen dat het onmogelijk is om terwijl je die aard ervaart/kent, met die gedachten ook een absolute werkelijkheid te kunnen projecteren. Zo bezien kunnen de conceptuele modellen van de wetenschap nooit een absolute werkelijkheid verkondigen tenzij je je verliest in illusies (gedachte niet ervaren als gedachte maar als absolute werkelijkheid, zodat je de gedachte niet ervaart zoals die is). In dat laatste geval raak je verloren in die projecties wat op hetzelfde neer kan komen als het Wallace syndroom ("obsessive-compulsive delusional disorder" - OCDD) als dit steeds weer gebeurt en met enige dwang.
De Einsteins van deze tijd zullen daar waarschijnlijk geen last van hebben. Echter in communicatie raakt de nuance tussen model en werkelijkheid al snel verloren waardoor modellen als de werkelijkheid opgepikt kunnen worden en dat kan van jongs af aan gebeuren als die nuance ook niet aanwezig is in het onderwijs. Bijvoorbeeld er wordt al snel gezegd: "Materie bestaat uit atomen en moleculen" en er wordt niet steeds gezegd: "Natuurkundigen hanteren een conceptueel model waarbij materie voorgesteld wordt als bestaande uit atomen en moleculen die als volgt gedefinieerd zijn etc."
Een gevolg hiervan kan zijn dat je bepaalde conceptuele voorstellingen uit gewoonte als feitelijke werkelijkheid ziet en deze niet herkent als een fabricatie van je eigen geest.
Voor wiskundigen en natuurkundigen zou de beoefening van shamatha- en vipashyana-meditatie interessant kunnen zijn. De vaak abstracte wiskundige modellen en conceptuen die in de geest ontstaan, volgens de wiskunde definities ervan, kunnen dan met de kalmte en helderheid van meditatie onderzocht worden en weer losgelaten worden, en vanwege deze vaardigheid is de kans om naar projecties te grijpen (grasping) en verstrict te raken in die projecties minder groot.

Uit het bovenstaande volgt dat natuurkunde of wetenschap in het algemeen leidt tot relatieve werkelijkheden en dat ze niet aangeven wat de absolute of ultieme werkelijkheid is. De modellen zijn wellicht zo goed als mogelijk, maar dan nog is dit vanwege de aard van deze manier van kennen en de beperkingen die dat met zich mee brengt geen absolute werkelijkheid en niet absoluut zoals het is, maar een bedachte werkelijkheid.

Afhankelijkheden in de moderne natuurkunde

In dit gedeelte worden een aantal afhankelijkheden opgesomd. Sommige van die afhankelijkheden zijn slechts afhankelijkheden die ervoor zorgen dat eigenschappen veranderen, zoals de snelheid van het licht. Andere afhankelijkheden zijn dieper, omdat hier de afhankelijkheid te maken heeft of iets wel of niet kan bestaan, of hoe het bestaan tot stand komt zoals bij het onderzoek waarbij gravitatie als "emergent" gezien wordt.

De wiskundige oplossing van de zogenaamde Schrödinger equation die in 1925 geformuleerd is door de Oostenrijke natuurkundige Erwin Schrödinger en die gebruikt kan worden om de probability wave function (of quantum state) te bepalen voor een bepaalde situatie, is afhankelijk van randvoorwaarden, of zeg maar de omgeving of context, zodat dit ook laat zien dat de fysische werkelijkheid waarvan de probability wave function de waarschijnlijkheid aangeeft, in afhankelijkheid bestaat.
Dit komt waarschijnlijk ook zo terug bij de stringtheorie of snaartheorie of M-theorie, omdat de strings waarover in deze theorie gesproken wordt, in afhankelijkheid bestaan van hoe de ruimte is en dit is waarschijnlijk de context die invloed heeft op de probability wave functions voor die strings en waardoor bepaald wordt hoe de strings kunnen vibreren, waarbij de vibratie leidt tot een bepaald deeltje of niet.
Hieruit volgt dat zelfs de meest fundamentele bouwstenen die de stringtheorie voorstelt, de strings, (die volgens deze theorie bijvoorbeeld de basis van alle elementaire deeltjes vormen) in afhankelijkheid bestaan.
Daarnaast laat de relativiteitstheorie, ontwikkeld door Albert Einstein en gepubliceerd in 1905 (speciale relativiteitstheorie) en 1916 (algemene relativiteitstheorie), zien dat zelfs ruimte en tijd niet onafhankelijk bestaan, en dat ruimte en tijd niet los van elkaar gezien kunnen worden en samen een zogenaamd ruimte-tijd continuüm vormen en dat dit ruimte-tijd continuüm ook in afhankelijkheid bestaat omdat het min of meer gekromd raakt door de aanwezigheid van massa, wat bijvoorbeeld in zwarte gaten in extreme mate gebeurt.
Daarnaast is er recent onderzoek (zie de publicatie "On the Origin of Gravity and the Laws of Newton" van Erik Verlinde) waarin zelfs voorgesteld wordt dat ruimte en tijd "emerge", zodat ruimte en tijd op die manier in afhankelijkheid bestaan. Ook suggereert dit onderzoek dat bepaalde (closed) strings en gravitatie "emergent" zijn en dus ook niet inherent en onafhankelijk bestaan.
Gravitatie komt hierbij tot stand als "entropic force". Verschillen in entropie leiden, op een vergelijkbare manier als bij diffusie, tot beweging en een "virtuele" kracht die wij zwaartekracht noemen, maar die volgens deze zienswijze in feite niet bestaat omdat versnelling of vertraging tot stand komt vanwege entropie verschillen. De "entropic force" kan gezien worden als een relatief proces en onderlinge afhankelijkheid is aanwezig in het principe ervan omdat het tot stand komt als gevolg van verschillen.
Ook in het gedrag van licht zit een afhankelijkheid, want hoewel de snelheid van het licht in vacuüm constant is (onafhankelijk van de beweging van het coördinaten systeem waarin het gemeten wordt of waarin het licht produceerd wordt), heeft deze snelheid ook een afhankelijkheid omdat deze afhankelijk is van de materie waardoor het licht beweegt en dit kan bijvoorbeeld tot de breking van licht (refractie) leiden waarbij het licht van richting verandert.

Onderlinge afhankelijkheid

Doordat moderne natuurkunde zich met verschijnselen bezig houdt die zich niet goed meer door conceptueel denken laten beschrijven en waardoor duidelijk wordt dat er geen inherent en onafhankelijk bestaande dingen of objecten als fundamentele bouwstenen bestaan, laat de moderne natuurkunde zien, zoals ook het Boeddhisme eerder aangaf, dat we in een wereld van onderlinge afhankelijkheid (interdependence of inter-being zoals Thich Nhat Hanh het uitdrukt) leven.
Daarnaast laat de moderne natuurkunde ook de kracht van het gedachte-experiment (of reflectie) en wiskunde zien, omdat in het geval van de relativiteitstheorie, de theorie eerder kwam dan de observatie van de natuurverschijnselen die de theorie bevestigden en dit is voor wat wiskunde betreft ook het geval voor de stringtheorie, omdat deze theorie nog bevestigd moet worden door experimentele resultaten wat in dit geval via deeltjes-versnellers zoals bij Cern in Genève, gedaan zou kunnen worden.

Doordat de moderne natuurkunde, op een fundamenteel niveau, laat zien dat we in een wereld van onderlinge afhankelijkheid leven, kan de moderne natuurkunde, net zoals Madhyamaka filosofie en vipashyana meditatie, bijdragen aan het openen of loslaten van de conceptuele constructies die aangeven dat externe objecten inherent en onafhankelijk bestaan waardoor het makkelijker wordt om gedachten, die aangeven dat zulke objecten intern bestaan, ook los te laten.
Immers het is onlogisch en onrealistisch dat een inherent en onafhankelijk bestaand "ik" zou kunnen bestaan in een universum waarin alles in afhankelijkheid bestaat.