Mindfulness en zuiver gewaarzijn

Bij mindfulness kan de scheiding tussen waarnemer en hetgeen waargenomen wordt, die er in een dualistische benadering lijkt te zijn, overstegen worden. De Boeddha verwijst hier volgens Thich Nhat Hanh ook naar in de Satipatthana soetra ( de soetra waarin de Boeddha ingaat op de "four foundations of mindfulness") wanneer de Boeddha aangeeft om bijvoorbeeld "the feelings in the feelings" te observeren. Thich Nhat Hahn geeft in het onderstaande citaat ook aan dat dit de essentie van meditatie is.
While we are fully aware of and observing deeply an object, the boundary between the subject who observes and the object being observed gradually dissolves, and the subject and object become one. This is the essence of meditation. Only when we penetrate an object and become one with it can we understand. It is not enough to stand outside and observe an object. That is why the sutra reminds us to be aware of the body in the body, the feelings in the feelings, the mind in the mind, and the objects of mind in the objects of mind.

Transformation & Healing, the sutra on the four establishments of mindfulness
(Leven in aandacht, commentaar op het Satipatthana-Soetra) - Thich Nhat Hanh
Ook in de Japanse Zen traditie van Shunryu Suzuki wordt het belangrijk gevonden om niet-dualistisch te zijn.
For Zen students the most important thing is not to be dualistic. Our "original mind" includes everything within itself. It is always rich and sufficient within itself. You should not lose your self-sufficient state of mind. This does not mean a closed mind, but actually an empty mind and a ready mind.

"Zen Mind, Beginner's Mind, Informal talks on Zen meditation and practice"
(Zen-begin, eindeloos met zen beginnen) - Shunryu Suzuki, een Japanse zenmeester die leefde in vorige eeuw (1904 - 1971).
En ook in het Tibetaans Boeddhisme wordt regelmatig verwezen naar non-duaal gewaarzijn of het overstijgen van een dualistische benadering. Zie bijvoorbeeld de onderstaande citaten en ook het citaat van de derde Karmapa op de pagina over nondoing.
Being indivisibly cognizant, aware and empty,
this mind itself holds no duality of seer and seen.
To see this is called realizing the natural state of the view.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl, een Tibetaans Boeddhistische meditatie-meester die leefde in de 17e eeuw
Ordinary mind is seduced by trivial sense objects in all their variety.
One's useless focus moment by moment extends into a continuum,
as days, months, years, whole lives go by.
Beings are deceived by misconstruing
what is not dualistic as dualistic.

A treasure trove of scriptural transmission,
a commentary on
The precious treasury of the basic space of phenomena - Longchen Rabjam
Longchen Rabjam was een beroemde Tibetaanse leraar in de Nyingma
traditie van het Tibetaans Boeddhisme die ook Longchenpa genoemd wordt
en die leefde in de 14e eeuw van 1308 tot 1363.
Alan Wallace geeft aan dat er een oerbewustzijn is dat nogal afwijkt van het normale alle daagse bewustzijn en dat alleen nonduaal via zichzelf gekend kan worden.
Hij geeft ook aan dat omdat dit bewustzijn niet voortkomt alsgevolg van oorzaken of omstandigheden, het zuiver of puur is.
Pristine awareness is also known as primordial consciousness (Skt. jñana; Tib. ye shes). It is not individuated or localized but is omnipresent and atemporal. Pristine awareness defies all conceptual classifications, including the notions of existence and nonexistence. Because it does not arise in dependence upon causes and conditions, it is referred to as being originally or primordially pure. The Buddha referred to this ultimate dimension of awareness as "consciousness without characteristics," for it is undetectable by ordinairy perception. It can be nondually known only by itself and not by any other means of observation.

Minding closely, the four applications of mindfulness - B. Alan Wallace
Longchenpa verwoordt dit als "self-knowing awareness" en geeft o.a. aan dat het nonduaal is en dat het zuiver is zoals de ruimte.
Self-knowing awareness, involving no perception of outer object
and inner subject,
has no time or place and is beyond phenomena that originate
or cease.
It is pure like space, and so entails no provisional spiritual approach.
Since all thoughts of this as ultimately existent are mistaken,
avoid any pitfall or obscuration that comes from misconstruing
phenomena as having identity.

The precious treasury of the way of abiding - Longchen Rabjam.
Tsele Natsok Rangdröl verwoordt dit oerbewustzijn als "uncorrupted awareness" en geeft aan dat het hier uiteindelijk om gaat.
True realization is when you are free from the peels
of the meditation-moods.
Though named 'realization,' it is uncorrupted awareness itself.
This uncorrupted awareness, your natural state, is itself
the single aim of practice.

"The Heart of the matter" - Tsele Natsok Rangdröl
Zie het citaat op de pagina over nondoing voor wat er bedoeld wordt met "the peels of the meditation-moods".

Traditioneel wordt er gezegd dat de heldere hemel er altijd is, maar dat wolken die hemel kunnen bedekken. Het niet vrij zijn van de "meditation-moods" en de patronen die daarbij een rol spelen zijn als het ware wolken die de heldere hemel van, wat in het Tibetaans Boeddhisme "the natural state" ("uncorrupted awareness") genoemd wordt, bedekken. Het idee is dat zou je in staat zijn om al die patronen los te laten die heldere hemel als vanzelf verschijnt. Het gaat er dus niet zozeer om te streven naar het hebben van of het creëeren van "uncorrupted awareness" maar om het loslaten van en niet gevangen zitten in patronen en andere obstakels die "uncorrupted awareness" belemmeren.
According to the Buddhist tradition,
the spiritual path is the process of cutting through our confusion,
of uncovering the awakened state of mind.

"Cutting through spiritual materialism"
(Spiritueel materialisme doorsnijden) - Chögyam Trungpa
Het bovenstaande geeft het belang aan om gewaarzijn als uitgangspunt of basis te laten zijn in situaties in plaats van gevangen zitten in patronen basis te laten zijn.

Door te laten zijn in gewaarzijn kan er een manier van zijn gecultiveerd worden die dichter bij de kwaliteiten van gewaarzijn staat en minder bepaald wordt door patronen. Er kan bijvoorbeeld een manier van zijn gecultiveerd worden met de volgende kwaliteiten: ruimtelijkheid, integratie, spontaan opmerken/kennen, niet gevangen zitten in oordelen, laten komen en laten gaan van ervaringen inclusief gedachte-patronen, emoties, gevoelens, non-conceptueel weten.

Door het bovenstaande te integreren in diverse situaties kan gewaar zijn in die situaties gecultiveerd worden. Hoewel vanuit meditatief perspectief er misschien geen diepe meditatie ontstaat, kan er alsgevolg hiervan wel cultivatie van gewaar zijn plaatsvinden, wat gezien kan worden als meditatie-training zoals Tsele Natsok Rangdröl aangeeft omdat wat ervaren wordt omvat wordt in gewaarzijn. Zie het citaat van Tsele Natsok Rangdröl over "meditation training" op de pagina over mindfulness in het dagelijks leven.

Op die manier kunnen situaties ook meer en meer gezien worden vanuit het perspectief van gewaarzijn, in plaats vanuit het perspectief van patronen die een meer ego-perspectief met zich meebrengen en kan de essentie (gewaarzijn) ook vaker meer centraal zijn.
Intrinsiek gewaarzijn wordt gerelateerd aan zuiver gewaarzijn waarbij intrinsiek gewaarzijn een persoonlijke vorm van zuiver gewaarzijn is, dat zoals Alan Wallace aangeeft: "not individuated or localized" is. Zo bezien kan "uncorrupted awareness" in het citaat van Tsele Natsok Rangdröl vertaald worden als intrinsiek gewaarzijn.
Soms wordt indirect hiernaar verwezen in teksten als er bijvoorbeeld staat: "let go into your natural state". Afgaande op het bovenstaande kan dit geintepreteerd worden als: "loslaten en laten zijn in intrinsiek gewaarzijn".

Volgens Tarthang Tulku is dit intrinsieke gewaarzijn ook aanwezig in de objecten die solide lijken, zie het citaat op de pagina over mindfulness en natuurlijk-zijn.
Hieruit volgt dat vanuit het kunnen rusten in intrinsiek/zuiver gewaarzijn het mogelijk wordt om, gevoelens in de gevoelens, te kunnen ervaren als er vanuit het rusten in intrinsiek/zuiver gewaarzijn contact gemaakt wordt met het zuivere of intrinsieke gewaarzijn aanwezig in het gevoel omdat hierbij de illusie van scheiding wegvalt en je, als het ware, in het gevoel gaat zodat je het van binnenuit gaat ervaren.
Het voorgaande laat zien dat het vanuit rusten in intrinsiek gewaarzijn mogelijk is om mindfulness te beoefenen zoals de Boeddha dat omschrijft in de Satipatthana-Soetra. Zie het citaat van Thich Nhat Hanh aan het begin dan deze pagina.

Het bovenstaande geeft ook aan dat wat de Boeddha verstond onder mindfulness een geavanceerde vorm van meditatie is.

Tarthang Tulku verwijst in het onderstaande citaat ook naar "'inside' the experience" en hij relateert dit aan gewaarzijn zonder een subject dat gewaar is van iets, zodat hij dit relateert aan non-duaal gewaarzijn.
'Sensing within', we may find that our senses have
a subtle aspect related to a broader awareness.
Normally, we say that our senses are 'aware of' something,
inferring a relationship between ourselves and what we are seeing.

It might also be possible to simply 'be aware'
without reference to who is aware of what,
shifting emphasis to 'inside' the experience.

There might be 'seeing' or 'hearing' in greater depth
and fullness than we now know.
But until we have more direct experience,
we have no words to express the difference between
our customary understanding of awareness and
awareness that goes beyond a subject experiencing an object.

"Knowledge of freedom: Time to change " - Tarthang Tulku
Daarnaast laat het bovenstaande ook zien dat er bij mindfulness-meditatie op een heel basaal niveau integratie plaats kan vinden zodat mindfulness op een basaal niveau heelheid bevordert.
Zie ook het citaat van Chögyam Trungpa op de pagina over de betekenis van mindfulness waarin hij aangeeft: "you could be a wholesome person".
Zie deze link voor meer informatie over mindfulness en integratie.
Nonduaal gewaarzijn is vaak niet het startpunt van de mindfulness beoefening, maar de cultivatie en beoefening van mindfulness kan een weg zijn om tot meditatief gewaarzijn te komen waarbij identificaties en dualistische fixaties overstegen zijn.
By developing mindfulness, we can go beyond our usual dualistic ways of thinking. We may have an idea of nonduality, but it is not very helpful in taking us beyond dualism, for even the concept of nonduality separates us from the experience . . .

. . . We remain at this level of comprehension until the time comes when we contact a wider awareness that is not concerned with subject or object, an awareness beyond our cognitive understanding.

Openness mind, self-knowledge and inner peace through meditation
(Open bewustzijn) - Tarthang Tulku
In die zin kan mindfulness beoefening een weg zijn van "gewoon bewustzijn" naar gewaarzijn wat voorbij concepten (woorden/labels/etiketten/hokjes) gaat wat in de Boeddhistische traditie terug te vinden is in o.a. de Prajnaparamita soetras van de Boeddha en de Madhyamaka filosofie van Nagarjuna, en wat ook terug te vinden is in de moderne en niet-religieuze benadering van de Ruimte, Tijd en Kennis visie ontwikkeld door Tarthang Tulku.
Gezien het voorgaande is het hierbij interessant om te kijken wat integratie bevordert omdat uit het bovenstaande volgt dat integratie een belangrijk aspect is van meditatie.
Het lijkt erop dat primitieve patronen en emoties de neiging hebben om dingen te willen overnemen. Als je die patronen hun gang laat gaan nemen ze je over en worden ze bepalend en belemmeren ze andere kwaliteiten, zodat het erop lijkt dat dit soort patronen integratie teniet doen en in de weg staan. Terwijl gewaarzijn vanwege de ruimte die dat met zich meebrengt integratie bevordert.
Hieruit volgt dat we het beste direct vanuit gewaarzijn gerelateerd kunnen zijn met wat er in ons omgaat en niet vanuit primitieve patronen.
Het bovenstaande bevestigt wat Tsele Natsok Rangdröl aangeeft in zijn citaat op de pagina over mindfulness en natuurlijk-zijn, dat de essentie van meditatie "sustaining naked awareness" is.
Vanuit "sustaining naked awareness" wordt het ook mogelijk om de "natural state of the view" te ervaren aangezien "sustaining naked awareness" volgens het citaat op de pagina over mindfulness en natuurlijk-zijn ook de essentie van de "view" is.
Bovenstaande wordt ook onderbouwd vanuit vrijheid bezien, omdat vanuit "naked awareness", zoals Padmasambhava aangeeft , "self-liberation" kan plaatsvinden waardoor het mogelijk wordt om vrij te worden van "the peels of the meditation moods" waardoor, zoals Tsele Natsok Rangdröl aangeeft, er "true realization"/"uncorrupted awareness" kan zijn.

Omdat als gevolg van "naked awareness" het perspectief kan veranderen en er ook meer vrijheid kan ontstaan waarbij patronen kunnen oplossen, zou je kunnen zeggen dat als gevolg van "naked awareness" er transformatie van de situatie kan optreden.
Het zou kunnen dat Ton Lathouwers hier ook naar verwijst in de video: Het lege scherm gelinkt op de presentatie pagina, hoewel hij andere woorden gebruikt. Onderstaande is een citaat uit een Russische roman:

Ton Lathouwers citeert: "Juist als er geen beelden meer zijn, en geen woorden meer zijn, op het lege scherm van de televisie, kijkend en wachtend met het lege scherm van mijn ziel. wachten en waken in stilte want misschien dat dan eindelijk ooit dat ene tot mij zal doordringen, dat ene wat werkelijk bevrijdt uit al die abstracties, uit onze impasses, uit onze platitudes, dat ene waarvan we niet kunnen zeggen in woorden wat het is maar wat ons werkelijk zal bevrijden, echt, anders dan de wetenschap, anders dan onze techniek, anders dan onze economie. Misschien zal het even ergens oplichten, even."

Hij herkende die als dezelfde houding als in zen: "stil worden en aandacht en wachten en waken".

Interessant is dat Ton Lathouwers vergelijkbare beschrijvingen ook tegenkwam buiten de Zen-traditie waar hij bekend mee was, in zogenaamde atheïstische literatuur en ook in Russische literatuur, zoals bovenstaand voorbeeld.

Zie voor meer informatie de presentaties van Khenpo Sherab Sangpo over Rigpa op de presentaties-pagina. In die presentaties gaat hij in op non-duaal gewaarzijn. Khenpo Sherab Sangpo is een Boeddhistische monnik in de Nyingma traditie van het Tibetaans Boeddhisme.
Zie ook de presentatie : Tibetan Buddhism and Non-Duality door James low op dezelfde pagina. James low is een Engelse Boeddhistische leraar en psychotherapeut.

Dualistische fixatie

Zoals o.a. Thich Nhat Hanh aangeeft is het belangrijk om dualistische fixatie te overstijgen. Zie ook de citaten van Tsele Natsok Rangdröl en Longchenpa op deze pagina en het citaat van de derde Karmapa op de pagina over nondoing.

Het gaat hierbij eigenlijk over hoe je gerelateerd bent met hetgeen je ervaart.
Als je vanuit "naked awareness" verschijnselen ervaart is er geen dualistische fixatie. Maar als je bij het ervaren van verschijnselen een "iets" of anders gezegd een object projecteert dat gescheiden van jou en uitzichzelf bestaat dan ontstaat er dualistische fixatie omdat op die manier er scheiding in je ervaringsveld aangebracht wordt wat een soort van illusie is en daarnaast is er de illusie van een object dat uitzichzelf bestaat.
Het ervaren van het object als anders dan jezelf roept hierbij min of meer een emotionele reactie op. Bijvoorbeeld omdat het object als anders dan jezelf ervaren wordt kan het mogelijk ook een gevaar zijn, zodat het primitieve patronen kan activeren die het object in de gaten gaan houden om zeker te zijn dat het geen gevaar vormt en waardoor fixatie optreedt. Die primitieve patronen brengen dan ook een "ik" met zich mee, zodat er dan eigenlijk twee projecties spelen, die van het externe object en die van het interne object (of anders gezegd: subject). Omdat hierbij ook opdeling van het ervaringsveld optreedt wordt dit dan dualistische fixatie genoemd.
Bovenstaande kan ook gebeuren bij interne verschijnselen. Bijvoorbeeld als er een patroon of emotie in je ontstaat en daarop een tweede reactie ontstaat die op het eerste verschijnsel een object projecteert en er vandaaruit met het verschijnsel omgegaan wordt.
Je kan hierbij dan een primitieve reactie op een primitief verschijnsel krijgen zodat je als het ware gevangen raakt in primitieve patronen die op elkaar reageren.
Bijvoorbeeld: er komt angst op maar die angst werkt verstorend en belemmert je zodat je van die angst af wil. De angst overkomt je zodat het ook lijkt dat het niet van jezelf komt. In zo'n situatie kan er dan een tweede patroon opkomen dat op die angst een extern object projecteert en dat die angst bijvoorbeeld vervolgens probeert te onderdrukken.
Looking around, I find the perception of beings to be truly amazing.
They fixate on what is not real as real, so that it certainly seems real.
They fixate on confusion where there is no confusion,
so that there certainly seems to be confusion.
They reify what is indeterminate as determinate,
so that it certainly seems determinate.
They reify what is not so as being so, so that it certainly seems so.
They reify what is untenable as tenable, so that it certainly seems tenable.

A treasure trove of scriptural transmission,
a commentary on
The precious treasury of the basic space of phenomena - Longchen Rabjam.
Door te laten zijn in gewaarzijn op het moment dat je herkent dat er een patroon opkomt dat een object projecteert of dat er zo'n patroon actief is, kan dualistische fixatie gelaten worden.
Een andere benadering kan zijn om te onderzoeken of hetgeen dat het patroon projecteert wel bestaat als zodanig. Bijvoorbeeld als een patroon een emotie objectiveert en daarbij projecteert dat de emotie onafhankelijk bestaat kan je vanuit laten zijn in gewaarzijn in directe ervaring onderzoeken of die emotie wel als zodanig bestaat en als daarbij herkend wordt dat die emotie niet als zodanig bestaat kan het tweede projecterende patroon oplossen vanwege die herkenning. In feite vindt hierbij dan een combinatie van laten zijn in gewaarzijn en onderzoeken in directe ervaring plaats. In het algemeen kan je op die manier onderzoeken of hetgeen je projecteert wel als zodanig bestaat. Zie de video van Mingyur Rinpoche over "analytische meditatie".
As far as meditation practice is concerned,
in meditation we work on this thing, rather than trying
to sort out problems from the outside.
We work on the projector rather than the projection.
We turn inward, instead of trying to sort out external problems
of A, B, and C. We work on the creator of duality rather
than the creation. That is beginning at the beginning.

"The heart of the Buddha" - Chögyam Trungpa
Dit is gerelateerd aan wat "the second arrow" wordt genoemd door Tara Brach en ook de Boeddha gebruikte de metafoor van een eerste en tweede pijl.
The first arrow is our human conditioning to cling to comfort and pleasure
and to react with anger or fear to unpleasant experience.
It's humbling to discover that willpower is often no match for these
primal energies. We believe we should control our "negative" emotions,
then they just storm in and possess our psyches.
We think we should be able to stop our obsessive thoughts or compulsive behaviors,
but for the anxious rehearsing, the cravings for food or attention, hound us throughout the day.
The second, more painful arrow is our reaction to these "failures".
Sometimes our self-aversion is subtle; we're not aware of how it undermines us.
Yet often it is not -- we hate ourselves for the way we get insecure and
flustered, for being fatigued and unproductive, for our addiction to alcohol or
other substances. Rather than attending to the difficult (and sometimes trauma-based)
emotions underlying the first arrow, we shoot ourselves with
the second arrow of self-blame.

"True refuge - finding peace and freedom in your own awakened heart"
- Tara Brach.
Het is ook gerelateerd aan wat Chögyam Trungpa "double negativity" of "negative negativity" noemt waarbij "labeling" negativiteit toedekt met concepten, zie het boek: "The myth of freedom and the way of meditation" van Chögyam Trungpa. Zie ook de presentaties "Dzogchen Ponlop Rinpoche: "Searching for the Searcher" en "Going beyond labels" van Dzogchen Ponlop Rinpoche op de presentaties-pagina
Bovenstaande is ook gerelateerd aan shunyata (zie de pagina over nondoing) omdat de werkelijkheid, hoewel weliswaar vol van verschijnselen, leeg is van hetgeen dat door conceptuele projecties geprojecteerd wordt. Concepten zijn praktisch nuttig maar geven niet aan wat de werkelijkheid uiteindelijk is, zodat gevangen zitten in sterke reacties, zoals dualistische fixatie, waarbij zulke projecties te serieus genomen worden, niet zinvol en illusoir is.
Gerelateerd hieraan is ook de droomkwaliteit van bewustzijn. Hiermee wordt aangegeven dat wat wij ervaren via ons bewustzijn niet de werkelijkheid is, zoals die is. Bijvoorbeeld zoals wij ons lichaam ervaren is niet zoals het lichaam is. Zouden wij ons lichaam wel ervaren zoals het is, met zijn hoge mate van complexiteit, dan zouden we voortdurend overstelpt worden door de signalen alsgevolg hiervan. Een ander voorbeeld hiervan is de kleuren die wij ervaren. Bijvoorbeeld rood licht bestaat als zodanig niet, dat wordt in de natuurkunde beschreven als elektromagnetische straling met een bepaalde frequentie die in ons bewustzijn resulteert in de ervaring rood. Aangezien onze visuele werkelijkheid in kleur ervaren wordt, volgt hieruit dat die werkelijkheid een gefabriceerde ervaring is. Hetzelfde geldt voor de geluiden die we horen die in de natuurkunde beschreven worden als trillingen in de lucht (compressie en uitdijen) met bepaalde frequenties en die omgezet worden in de geluiden die we ervaren. Bij de andere zintuigen gebeurt iets soortgelijks. Hetzelfde kan gezegd worden over de concepten die wij gebruiken. Wat deze concepten projecteren bestaat als zodanig niet in de werkelijkheid zoals die is.

Het lijkt erop dat ons bewustzijn de werkelijkheid zoals wij die ervaren creëert zodanig dat wij goed met de werkelijkheid zoals die is om kunnen gaan. De complexiteit van de werkelijkheid zoals die is, is daarbij gereduceerd tot een eenvoudigere voorstelling van zaken.
Wellicht is het enige waarbij dit niet speelt als bewustzijn zichzelf ervaart, zoals bij gewaarzijn van gewaarzijn, zie hieronder.

Indien er het besef van het bovenstaande is kan dit tot minder reactiviteit en minder fixatie op hetgeen je ervaart, leiden. Indien dit besef er niet is, speelt waarschijnlijk gevangen zitten in een patroon dat een soort van "echt" bestaan projecteert. Dit kan dan een signaal zijn om te laten zijn in gewaarzijn, zodat dit patroon vanuit een wijder gewaarzijn ervaren kan worden en zodat ook het besef van een gefabriceerde ervaring meer aanwezig kan zijn. Ook kan dit helpen om te herkennen wanneer een tweede patroon/emotie op een eerder opgekomen patroon/emotie reageert, omdat dat tweede patroon het eerste patroon ook als "echt" bestaand gaat projecteren zodat dit tweede patroon niet in overeenstemming is met de droomkwaliteit van de ervaring van het eerste patroon.
Zie ook de video van de Dalai Lama: "Hope for Humanity" op de presentaties-pagina waarin hij aangeeft dat destructieve emoties gerelateerd zijn aan onwetendheid.

Interessant hierbij is ook om te beseffen dat "the mind" eigenlijk voortdurend bezig is om die werkelijkheid te creëren. Bijvoorbeeld als je je ogen sluit zijn alle kleuren in een fractie van een seconde weg en als je je ogen opent zijn ze er weer. Het laat zien dat dit vermogen heel dynamisch is zodat de "werkelijkheid" die gecreëerd wordt en die wat in ons en om ons heen plaatsvindt, representeert, van moment op moment up to date gebracht wordt.
Whatever you experience, realize that all of it
is simply the unobstructed play of your own mind.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Zie voor meer informatie het interview met Tarthang Tulku op de presentaties-pagina. Zie ook de korte presentatie van Mingyur Rinpoche : "Mind Creates Reality". Zie ook het citaat van Tsele Natsok Rangdröl op de pagina over mindfulness en natuurlijk zijn waarin hij de "magical display of awareness" aangeeft en zie ook het citaat van Naropa op de pagina over non-doing waarin hij de objecten in de "mind" aangeeft als "like a dream" en zie ook het citaat daaronder waarin de derde Karmapa aangeeft: "All phenomena are the illusory display of mind" en over "mind" geeft hij aan : "it manifests as anything whatsoever". Ook Longchenpa gaat hierop in, in het citaat op de pagina over integratie waarin hij aangeeft dat "the nature of things is similar to that of dream images" en zie op dezelfde pagina ook het citaat van Tarthang Tulku waarin hij aangeeft : "we can see that many things that seem substantial and real are actually notions formed in our minds.".
Hierboven wordt de droomkwaliteit van onze dagelijkse ervaring afgeleid met behulp van de moderne wetenschap waarbij kennis uit de natuurkunde en kennis omtrent het lichaam op biochemisch niveau gebruikt wordt. De citaten hierboven laten de mogelijkheden van inzicht die meditatie kan voortbrengen zien, want geavanceerde beoefenaars van meditatie zijn via meditatie tot ditzelfde inzicht gekomen terwijl zij geen toegang hadden tot kennis over natuurkunde en de complexiteit van het lichaam op biochemisch niveau omdat dat in die tijd (bijvoorbeeld in de 11e eeuw in het geval van Naropa) nog niet bekend was.
Dualistische fixatie gebeurt niet bij alle gedachten. Sommige gedachten zijn puur functioneel en komen en gaan. Gedachten die aangeven hoe iets te gebruiken, bijvoorbeeld als je een deur open doet, komen en gaan doorgaans zonder fixatie. Het herkennen van de deur als deur en weten hoe de deur te openen, komt en gaat zonder fixatie daarop.
Als er dualistische fixatie optreedt, lijken er ook altijd primitieve patronen/emoties te spelen, hoewel deze niet altijd meteen duidelijk hoeven te zijn.

Dualistische fixatie of het ontstaan ervan kan daarom als een signaal/reminder gebruikt worden om te laten zijn in gewaarzijn. Hoewel het onderliggende primitieve patroon niet meteen duidelijk hoeft te zijn kan hierdoor zo'n patroon toch in een vroeg stadium in gewaarzijn gelaten worden.
Dit kan op eenzelfde manier gebeuren als bij gedachten-patronen, zie voor meer informatie het gedeelte : "Gedachte-patronen en emoties als referentie-object van meditatie" op de pagina over gedachten. Dualistisch fixatie kan op die manier een reminder zijn voor het cultiveren van meditatie en vriendelijkheid en op die manier deze ondersteunen.

Zie ook de presentatie : "The Ground of Being - Recognizing Our True Condition" van Lama Tsultrim Allione waarin zij o.a. ingaat op hoe er twee-deling in de mind ontstaat en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.
Zie ook de presentatie : "Melting Fixations" van Mingyur Rinpoche waarin hij ingaat op dualistische fixatie.

Het mandala-principe

De werkelijkheid zoals wij die ervaren wordt gelinkt aan het mandala-principe omdat het gepaard gaat met een bepaalde structuur of ordening die via dat principe aangegeven wordt.
To begin with, we should discuss the idea of orderly chaos,
which is the mandala principle.
It is orderly, because it comes in a pattern,
it is chaos, because it is confusing to work with that order.

The mandala principle includes the mandala of samsara and
the mandala of nirvana, which are equal and reciprocal.
If we do not understand the samsaric aspect of mandala,
there is no nirvanic aspect of mandala at all.

Orderly chaos - the mandala principle
(Ordelijke chaos - het principe van de mandala) - Chögyam Trungpa
The word mandala literally means "association," "society".
The Tibetan word for mandala is kyilkhor, Kyil means "center",
khor means "fringe", "gestalt", "area around".
It is a way of looking at situations in terms of relativity:
if that exists, this exists; if this exists, that exists.
Things exist interdependently, and that interdependent existence
of things happens in the fashion of orderly chaos.

Orderly chaos - the mandala principle
(Ordelijke chaos - het principe van de mandala) - Chögyam Trungpa
Zoals Chögyam Trungpa aangeeft in zijn boek "Orderly chaos - the mandala principle " speelt bij het mandala-principe ruimte en soliditeit. In de samsarische versie van de mandala is het centrum solide en lijkt de rand meer ruimte te bevatten, terwijl bij de nirvanische versie van de mandala het centrum van de mandala meer ruimtelijk is en lijkt de rand meer solide.
Indien we gevangen zitten in de patronen en we vanuit dualistische fixatie zijn wordt de situatie meer vastgezet waarbij als er een primitieve reacties spelen vanuit een situatie die al bepaald is door een primitief patroon dit vast komen te zitten nog meer speelt.
Via laten zijn in gewaarzijn en het integreren van zulke patronen in meditatie kan het vastzitten geleidelijk veranderen in een situatie waarbij we meer aanwezig kunnen zijn vanuit directe ervaring en als gevolg van het laten zijn in gewaarzijn kan er ook meer ruimte en openheid ontstaan met alsgevolg dat we minder naar openingen buiten ons hoeven te zoeken.
Daarnaast kan er ook meer het besef omtrent de droomkwaliteit van ervaringen zijn, inclusief het besef dat deze ervaringen voortgebracht worden door de "mind".
In plaats van te streven naar een nirvanische situatie en een samsarische situatie te onderdrukken of iets dergelijks en daardoor voortdurend strijd te moeten voeren, kunnen vanuit het besef dat ervaringen voortgebracht worden door de mind zowel samsarische als de nirvanische situaties worden omvat in gewaarzijn waarbij ervaringen verwelkomd en losgelaten kunnen worden zodat ze kunnen komen en gaan. Zonder primitieve aspecten (patronen, emoties etc.) de baas te laten zijn of deze te onderdrukken kan vanuit gewaarzijn direct met de situatie omgegaan worden.
Anders gezegd : vanuit integratie met gewaarzijn dat omvattend is, kunnen primitieve aspecten er zijn, zodat deze niet onderdrukt hoeven worden. Het niet de baas laten zijn maar ook het niet onderdrukken zou je kunnen zien als een middenweg.
Zie het citaat van Tsele Natsok Rangdröl over "meditation training" op de pagina over mindfulness in het dagelijks leven. Zie ook de presentaties van Mingyur Rinpoche waarin hij aangeeft om emoties niet de baas te laten zijn maar deze ook niet te onderdrukken.

"Two obscurations"

In het Boeddhisme worden de zogenaamde "two obscurations" gedefinieerd. Dit zijn obstakels alsgevolg van emoties en cognitieve obstakels. Het eerste type obstakel zijn gedachtepatronen waarbij emoties of primitieve patronen op de achtergrond spelen en emoties en het tweede type obstakel: cognitieve obstakels, zijn concepten. Deze obstakels belemmeren gewaarzijn omdat je gevangen kan raken in patronen en emoties. Concepten kunnen een obstakel vormen omdat je hierdoor de werkelijkheid kan gaan zien als die concepten in plaats van zoals die is. In plaats van die werkelijkheid te zien als een expressie van puur gewaarzijn, zie je het alleen als wat het concept projecteert, bijvoorbeeld als een auto of computer etc. Waardoor je het louter als iets externs gaat zien met als gevolg meer kans op emotionele reacties en dualistische fixatie. De beoefening van mindfulness kan helpen om met die obstakels te werken en deze te overstijgen. Zie de pagina's : Mindfulness en gedachten en Mindfulness en emoties.

Hierbij helpt het om verschijnselen te zien ontstaan omdat je dan kan zien hoe deze verschijnselen ontstaan in de ruimte uit het niets. Hierdoor is er meer een besef dat deze verschijnselen een expressie zijn van gewaarzijn en voortkomen uit de mind. Ook al gaan er dan conceptuele gedachten door je heen, er is dan vanwege dat besef minder de neiging om daarop te gaan fixeren, zodat dit dualistische fixatie kan voorkomen.

Dingen/verschijnselen zien ontstaan (en ook weer oplossen uiteindelijk) in je geest/mind kan optreden als je de dingen/verschijnselen kan laten komen en gaan in gewaarzijn, als die flow kan plaatsvinden. Zodat het belangrijk is om dat te laten plaatsvinden, zie ook de hierboven genoemde pagina's.

Daarnaast kan het ook helpen om verschijnselen te zien oplossen omdat hierdoor het besef kan ontstaan dat hetgeen dat eerder als extern en op zichzelf staand gezien werd, niet als zodanig bestaat en dit besef kan helpen om gedachte-patronen en emotionele reacties tot rust te laten komen waardoor er meer vrijheid kan ontstaan.

Omdat het natuurlijk laten komen en gaan van verschijnselen en dit spontaan te kennen vanuit gewaarzijn in feite mindfulness is, volgt hieruit dat via de beoefening van mindfulness-meditatie en daarbij gedachten en emoties te integreren, de "two obscurations" overstegen kunnen worden.

Gewaarzijn van gewaarzijn

Gerelateerd aan non-duaal gewaarzijn is een meditatievorm die gewaarzijn van gewaarzijn genoemd wordt. Dit gaat verder dan het herkennen van gewaarzijn omdat hierbij meer ingetuned wordt op de aard van bewustzijn. Gewaarzijn van gewaarzijn is een vorm van shamatha-meditatie. Zie het onderstaande citaat:
The practice of awareness of awareness was taught by the Buddha. He called it vijñana kasina, which entails focussing on the nature of consciousness.

This practice is described in Tibetan Buddhism under various names, including shamatha focussed on the mind. The fifteenth-century master Tsongkhapa teaches that the practice is to focus directly on the sheer luminosity and cognizance of awareness itself.

Calling it shamatha without a sign, Padmasambhava (eight century CE) teaches the practice of awareness of awareness in his text Natural Liberation. . .

. . . A sign here refers to any object that you can identify in the context of a conceptual framework. It appears when you direct your attention toward something . . .

. . . in this practice, "without a sign" signifies not attending to any object. Don't point your finger -- retract it. Even without directing your attention, awareness is present. Rest your awareness in its own space that precedes any directionality; let it illuminate its own nature.

Minding closely, the four applications of mindfulness - B. Alan Wallace
Zie ook het citaat van Padmasambhava op de pagina: Mindfulness en natuurlijk-zijn waarin hij verwijst naar gewaarzijn als: "inherently knowing, inherently clear, and luminously brilliant".
Zie ook de presentatie: "The Power of Awareness" van Tenzin Wangyal Rinpoche op de presentaties-pagina waarin hij ook ingaat op de "luminosity" van gewaarzijn.

Padmasambhava geeft aan dat het hier om een meditatievorm gaat zonder conceptueel gedefinieerd object, zodat het alleen gebaseerd kan zijn op spontane intelligentie vanuit directe ervaring.

Tsele Natsok Rangdröl verwijst ook naar gewaarzijn van gewaarzijn hoewel hij het niet specifiek zo noemt. Hij schrijft:
When you are easily able to see the nature of mind,
maintain the quality of stillness.
Deeple relaxing body, speech and mind,
Don't pursue any thoughts about the past or future,
but allow your present wakefulness to look directly into itself.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Net zoals Alan Wallace aangeeft, geeft ook Tsele Natsok Rangdröl aan om gewaarzijn in zichzelf te laten kijken.

In de eerste zin geeft Tsele Natsok Rangdröl aan "when you are easily able to see the nature of mind". Zie het gedeelte over de "nature of mind" op deze pagina voor een korte inleiding.

Zie ook de video met Dudjom Rinpoche op de presentatie-pagina waarin hij shamatha-meditatie-instructie geeft. Dudjom Rinpoche gaat hier in op gewaarzijn van gewaarzijn als shamatha-meditatie.

Zie voor meer informatie over gewaarzijn van gewaarzijn, het boek van Alan Wallace: "Minding closely, the four applications of mindfulness".

Seculiere benadering

Intrinsiek/zuiver gewaarzijn hoeft niet zozeer gezien te worden als een religieuze ervaring maar zou gezien kunnen worden als een vorm van psychologische bevrijding.
Deze benadering gebruikt op zich geen religieuze termen: zijn bij, laten zijn, laten ontstaan, laten gebeuren, ruimte, kennen, warmte, geduld, acceptatie, tolerantie etc. zijn geen religieuze termen en vereisen geen religieuze uitleg.
Deze benadering kan daarom ook gezien worden als een seculiere vorm van meditatie en als een persoonlijk pad omdat het hierbij niet zozeer gaat om het uitvoeren van wat anderen vertellen maar om een pad dat zich vanuit zijn opzichzelf kan ontvouwen.
Op zich is deze benadering ook niet in strijd met het Boeddhisme.
Er wordt gezegd dat de Boeddha zei:

"Geloof mij niet op mijn woord maar kijk in je eigen ervaring of het werkt."

In de Kalama sutra staat een passage waarin de Boeddha ook verwijst naar het afgaan op de eigen ervaring.
Come Kalamas. Do not go upon what has been acquired by repeated hearing; nor upon tradition; nor upon rumor; nor upon what is in a scripture; nor upon surmise; nor upon an axiom; nor upon specious reasoning; nor upon a bias towards a notion that has been pondered over; nor upon another's seeming ability; nor upon the consideration, "The monk is our teacher." Kalamas, when you yourselves know: "These things are good; these things are not blamable; these things are praised by the wise; undertaken and observed, these things lead to benefit and happiness," enter on and abide in them.

Kalama sutra, vertaling Soma Thera zie sectie 15 http://www.accesstoinsight.org/lib/authors/soma/wheel008.html
zie voor een andere vertaling door Thanissaro Bhikkhu http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an03/an03.065.than.html
Deze benadering sluit religiositeit niet uit, maar vereist het ook niet. Het laat het wel of niet waar zijn van religieuze ideëen zoals karma of reïncarnatie etc. open.
Mochten er op een gegeven moment ervaringen ontstaan die niet zonder religieuze concepten te verklaren zijn, dan zou deze benadering alsnog een meer religieus karakter kunnen krijgen.
Religiositeit is dan een kwaliteit die voortkomt uit zijn zelf, zoals ook spontane herkenning en warmte spontaan vanuit zijn kunnen optreden en is niet iets dat alleen via gedachten, ideëen en eventueel daarbij komende emoties aangehangen wordt.
Dit zou een benadering kunnen zijn die past bij de westerse cultuur omdat in deze cultuur kritisch denken, kritische communicatie en experimenteel wetenschappelijk onderzoek belangrijk zijn. Zie ook het gedeelte over de oorsprong van bewustzijn onderaan deze pagina.
Het zich baseren op de werkzaamheid in de eigen ervaring en het niet zo maar aannemen van ideëen en denkbeelden als waar zou gezien kunnen worden als het equivalent van experimenteel wetenschappelijk onderzoek, toegepast in het persoonlijke leven.

Mindfulness en onderzoek

Mindfulness met deze non-duale kwaliteit kan de basis vormen voor verder onderzoek en inzicht. Tarthang Tulku suggereert in de Ruimte-Tijd-en-Kennis-visie ook om het onderzoek in deze visie zo te benaderen. Hij schrijft in het boek "Dynamics of Time and Space: Transcending Limits on Knowledge":
If we turn to investigate mind, we have the resources of mind at our disposal. Mind to mind, thought to thought, knowledge to knowledge we can question what arises. Yet if we question according to the usual patterns of inquiry, we are not likely to make much progress. Moving toward 'from' and 'to', toward getting and receiving, toward interactions between subject and object, we will be led to established conclusions and familiar ways of knowing. Mind will appear as an object of knowledge, which means that in a certain sense it will not appear at all.

An alternative methodology is available. When mind is the object of mind, awareness does not have to rely on the structure of subject knowing object. Mind can conduct awareness as awareness conducts mind. The Body of Awareness and Body of Mind can be inseparable.

Mind in partnership with mind can open the senses and consciousness to knowledge directly. Then knowledge can become our teacher and best friend, encouraging us to conduct the truth of the universe and of our own existence in new ways. The possibility offers itself for a knowing that does not follow the old ways, the 'has been taught' way of the predetermined automatic.

Dynamics of Time and Space: Transcending Limits on Knowledge
- Tarthang Tulku
Tarthang Tulku lijkt in bovenstaande citaat te suggereren dat de "mind" zichzelf direct onderzoekt. Zodat er hierbij niet zozeer een benadering is waarbij bijvoorbeeld de ademhaling als object gevolgd wordt gescheiden van het subject dat de ademhaling volgt, maar dat er "naked awareness" is.
Een mogelijke benadering voor het beoefenen van Ruimte-Tijd-en-Kennis op deze manier zou daarom kunnen zijn om in eerste instantie stabiliteit in gewaarzijn te ontwikkelen via het beoefenen van wat Tsele Natsok Rangdröl: "the supreme shamatha" noemt en dat hij omschreef als: "resting loosely in the composure of naturalness," zie het citaat op de pagina: Mindfulness en natuurlijk-zijn. En op basis van stabiliteit hierin, Ruimte-Tijd-en-Kennis te benaderen als een soort van shamatha-vipashyana-meditatie.
Zie ook verderop waar aangegeven wordt dat in die toestand van de "supreme shamatha" shamatha en vipashyana co-existeren.
Met de stabiliteit van mindfulness raakt de geest/mind minder verstrict in denken tijdens zulk onderzoek. Tarthang Tulku gaat hier ook op in de introductie van het boek: "Dynamics of Time and Space: Transcending Limits on Knowledge".
To put this style of inquiry into practice, we must train the mind to operate in a new way. Usually mind is in rapid motion, headed toward a goal. Guided by the model that makes knowledge into a possession, it actively shapes perception and forms thoughts to arrive at reliable information that it can use to plan and act.

When the mind functions in this way, it cannot settle down. Caught up in judgements and distinctions, it is cut off from experience in advance. A single thought or sensation arises as the carrier of knowledge, but before we can develop the knowledge it contains, the next thought or sensation has already arrived. Mind is bound to the surface of experience, and while this perspective leaves it intimitately acquinted with emotionality, discrimination, and judgements, it has no way to go deeper.

Led by the disordered motion of this way of minding, we cannot stabilize our knowing or get clear on what is happening. Although we may feel that we are participating fully in our lives, we have no real contact with the intrinsic awareness that makes the operation of mind available. Knowledge can appear only as "knowledge of" or "knowledge about". An uncontrollable momentum carries us from one moment to the next.

Dynamics of Time and Space: Transcending Limits on Knowledge
- Tarthang Tulku
Er zijn meerdere boeken geschreven over Ruimte-Tijd-en-Kennis en naast dat mindfulness kan helpen bij het doen van de oefeningen die in deze boeken staan, kan mindfulness ook helpen bij het langzaam meditatief lezen van deze boeken, zodat de gedachten die alsgevolg van het lezen opkomen ook weer losgelaten worden. Misschien is het beter om het lezen van deze boeken niet te zien als lezen maar als een meditatie-oefening waarbij ook gelezen wordt omdat hierbij de gebruikelijke manier van lezen en informatieverwerking indien nodig herhaaldelijk losgelaten kan worden.
Uiteindelijk gaat het hierbij niet zozeer om conceptuele kennis die vastgelegd kan worden en waar je wat mee kunt doen maar om aanwezig zijn en van daaruit spontaan herkennen van wat er gebeurt zoals Tsele Natsok Rangdröl in het citaat hieronder ook aangeeft.

Intuitief kennen

Tarthang Tulku geeft ook in onderstaand citaat uit het boek: "Love of knowledge" aan dat hierbij de betekenissen van concepten overstegen worden in directe ervaring en dat concepten hierbij verwijzen naar een meer omvattend/integrerend kennen ("inclusive knowing") -- de intimiteit van intuitief kennen.
Om die verwijzing door concepten te kunnen laten plaatsvinden is het belangrijk om niet verstrict te zijn in denken terwijl er met die concepten gewerkt wordt, want als je verstrict raakt in denken als gevolg van die concepten vormt dat een obstakel voor directe ervaring en intuitief kennen.
Intuitief kennen is ook bij meditatie in het algemeen nuttig bijvoorbeeld als er enige onrust is vanwege emoties etc. . Je weet dan wellicht conceptueel wel hoe je het kan benaderen, bijvoorbeeld door te laten zijn, maar je weet wellicht niet hoe te laten zijn. Dat weten hoe te laten zijn kan geleidelijk na enige tijd gaandeweg intuitief duidelijk worden. De conceptuele reminder (bijvoorbeeld om te laten zijn of de situatie te accepteren) is zeg maar een soort wegwijzer die grofweg de richting aangeeft maar hoe verder te gaan kan naar verloop van tijd gaandeweg intuitief en spontaan duidelijk worden.
Daarnaast zijn het lichaam en de geest nogal complex met vele invloeden en een puur conceptuele benadering kan geen rekening houden met al die invloeden terwijl een intuitieve benadering vanuit directe ervaring beter met die complexe invloeden kan omgaan.
Anders gezegd: vanuit een intuitieve benadering in directe ervaring kunnen meerdere kwaliteiten op spontane wijze invloed op de situatie hebben zodat een meer geintegreerde benadering ontstaat die ook eerder tot een meer geïntegreerde manier van zijn kan leiden waarbij primitive patronen overstegen zijn, terwijl als je een puur conceptuele benadering hebt, je gericht bent op één kwaliteit tegelijk en deze benadering het moeilijk maakt om primitieve patronen te overstijgen omdat primitieve patronen een vergelijkbare benadering hebben omdat die ook "iets" willen doen met "iets". Het zou zelfs zo kunnen zijn dat gericht zijn op één kwaliteit, primitieve patronen stimuleert of triggert. Je krijgt in dat laatste geval meer een benadering zoals Tarthang Tulku het verwoordt: "subject-object-instructions-something-to-do", zie het citaat op de pagina over nondoing.

Hierbij speelt ook dat concepten een abstractie van de werkelijkheid zijn. Concepten zijn een model van de werkelijkheid maar niet de werkelijkheid zelf. Zie het gedeelte over "de droomkwaliteit van dagelijkse ervaringen" op de presentaties-pagina en zie ook het gedeelte "Madhyamaka filosofie en afhankelijkheden in de moderne natuurkunde" op de pagina over nondoing.
Zie ook de presentatie van professor Mark Williams: "Mindfulness for Life - with Mark Williams" waarin hij ingaat op de "virtual reality" die bij gedachten speelt.

Meditatie vereist dat je in direct contact met de werkelijkheid staat zodat een puur conceptuele benadering niet werkt.

Hieruit volgt ook dat het niet genoeg is om het intellectueel te begrijpen maar dat je vanuit directe ervaring je weg weet te vinden zodat je op dat niveau steeds bekender ("familiar") raakt en blijft met hoe de "mind" werkt. Dit vereist dagelijkse beoefening van meditatie.
Zie ook de pagina over mindfulness en integratie.
The potential for time and space to open to knowledge in a new way suggests that human being could 'embody' such a global knowledge in a 'Body of Knowledge':
an interplay of Space, Time and Knowledge, revealing all three as facets of Being.

To manifest the 'Body of Knowledge' is to go 'beyond' meanings to the texture of all experience. The contents of conceptualization become pointers toward a more inclusive knowing -- the intimacy of the immediate intuitive instant.
Freedom and play replace the structures of care and concern.

The global knowledge of the Body of Knowledge can be considered the greatest gift, available through the 'grace' of the knowledge of knowledge. But this is not a 'grace' that comes from outside.
Knowledge can be transmitted only because it is already active in our being. We are intimately linked to the universal display of knowledge, for the nature of human being is to know.

"Love of knowledge" - Tarthang Tulku

De combinatie van shamatha- en vipashyana-meditatie

Alan Wallace geeft in zijn boek "Minding closely, the four applications of mindfulness" ook aan dat wanneer de geest voldoende gekalmeerd is maar waarbij onderzoek nog wel mogelijk is, vipashyana meditatie de aard van de geest ervaringsgewijs kan onderzoeken.
hij geeft ook aan dat de combinatie van shamatha en vipashyana een grote innovatie van de Boeddha was.
The Buddha's greatest innovation was to assert that the practice of samadhi -- single pointed concentration with highly refined attention, which enables very subtle states of consciousness that transcend the physical senses and lead to states of equanimity and blis -- only temporarily suspends the mental afflictions (Skt. kleshas). Instead, the Buddha sought lasting freedom.

Minding closely, the four applications of mindfulness - B. Alan Wallace
The Buddha's great innovation was the unification of shamatha and vipashyana. Prior to this discovery, contemplative inquiry into the nature of reality had not been linked with samadhi. The Buddha asserted that the fusion of shamatha with vipashyana is the key to liberation.

Minding closely, the four applications of mindfulness - B. Alan Wallace
Tsele Natsok Rangdröl geeft in onderstaand citaat aan dat shamatha en vipashyana co-existeren als je shamatha beoefent via natuurlijk laten zijn.
Hij verwijst hierbij naar de "supreme shamatha" dat hij omschreef als: "resting loosely in the composure of naturalness," zie het citaat op de pagina: Mindfulness en natuurlijk-zijn.
even the thoughts of worldly folk
are indeed vipashyana manifest as conceptual thinking.
Even that which sustains the meditation state of shamatha
is nothing other than vipashyana.

That which sees, notices, or feels
whether there is stillness or movement,
distraction or no distraction,
is also the cognizant wakefulness of vipashyana.

There is no other vipashyana superior to this
which needs to be separately accomplished.
Therefore, from the very outset,
the supreme shamatha and vipashyana co-exist
and are spontaneously present.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Je zou kunnen zeggen dat shamatha hierbij inhoudt dat je op een stabiele wijze in een bepaalde toestand bent die het kennende vermogen van de "mind" de ruimte geeft zodat dit bepaalde herkenningen mogelijk maakt en dat die herkenningen helpen om in die toestand te blijven of te komen.
Het shamatha aspect is dan dat je stabiel zodanig aanwezig bent dat die herkenningen optreden of kunnen optreden en het vipashyana aspect is het kennende vermogen opzichzelf wat helpt om in die toestand te blijven, zodat shamatha en vipashyana een eenheid vormen waarbij ze elkaar bevorderen en ondersteunen.

In onderstaand citaat geeft Tsele Natsok Rangdröl aan dat wat je ook ervaart je in principe geen scheiding hoeft aan te brengen in de eenheid van shamatha en vipashyana.
Hierbij speelt wel dat als je een vorm van shamatha meditatie beoefent, die vipashyana in de weg zit, dit niet mogelijk is.
Zoals Tsele Natsok Rangdröl ook verder aangeeft in het boek "Lamp of mahamudra" kunnen shamatha en vipashyana geïntegreerd plaatsvinden ook als er zintuigelijk waarnemingen, gedachten of emoties optreden waaruit volgt dat om meditatie op deze manier te kunnen beoefenen de afwezigheid van dit soort ervaringen niet nodig is.
Juist het kunnen beoefenen van shamatha-vipashyana bij deze ervaringen kan helpen om met deze ervaringen om te gaan en maakt mogelijk om deze ervaringen te integreren in meditatie. En daarnaast kunnen dit soort ervaringen op deze manier ook een ondersteuning (of "helper") zijn bij de ontwikkeling van meditatie, zoals ook Mingyur Rinpoche aangeeft, zie bijvoorbeeld zijn presentatie: "My Story ~ Using meditation to deal with panic attacks, stress & anxiety"
Zie ook zijn korte presentatie over "analytical meditation" en zijn presentatie "Meditation and Going Beyond Mindfulness - A Secular Perspective".
Zie ook het gedeelte over Gedachte-patronen en emoties als referentie-object van meditatie op de pagina over mindfulness en gedachten.
whatever manifests or is experienced does not transcend
the inseparability of shamatha and vipashyana.

Lamp of mahamudra - Tsele Natsok Rangdröl
Zie voor meer informatie de presentaties van Khenpo Sherab Sangpo over vipashyana meditatie op de presentaties-pagina. Hij heeft diverse series van presentaties gegeven die ingaan op vipashyana meditatie, zie bijvoorbeeld: "Heart of Vipashyana", "Essence of Vipashyana", "Vipashyana and Samatha Meditation Retreat", "Stages of Meditation" en "Essential Stages of Meditation".

"Nature of mind"

De "nature of mind" speelt uiteindelijk bij meditatie een belangrijke rol.
Als je vrij kan zijn van de "peels of the meditation moods" kan "uncorrupted awareness" vanzelf verschijnen. Niet-vrij zijn van de "peels of the meditation moods" is gerelateerd aan gevangen zitten in patronen en andere obstakels. Zie het citaat van Tsele Natsok Rangdröl aan het begin van deze pagina.

In verband met die obstakels/patronen worden in het Tibetaans Boeddhisme traditioneel de zogenaamde "inner preliminary practices" beoefend aan het begin van het vajrayana. Dit zijn religieuze oefeningen zoals: "prostrations", "mandala offering", "guru yoga" etc. Daarnaast zijn er ook de "outer preliminaries" die eerder komen. Deze gaan in op: vergankelijkheid, karma, lijden van samsara etc.
Soms wordt aangegeven dat de "inner preliminary practices" net zo belangrijk zijn als de practices die daarna komen vanwege de belemmerende rol van patronen op gewaarzijn.
De "inner preliminaries" zijn gericht op patronen/emoties zoals: trots, jaloersheid, haat/aversie, gehechtheid, illusies/waandenkbeelden. Het beoefenen van deze "preliminary practices" voor iemand, die een normaal westers leven leeft, kan vele jaren duren.

Zie voor meer informatie de presentaties van Khenpo Sherab Sangpo:
  • "The Four Thoughts That Change the Mind"
  • "Outer Preliminaries: The Four Thoughts that Change the Mind"
  • "Inner Preliminaries | Ngöndro - The Chariot of Liberation"
gelinkt op de presentaties-pagina.

Wellicht is het echter ook mogelijk (Alan Wallace suggereert dit) om via meditatie met deze obstakels/patronen te werken en te bevrienden (door bijvoorbeeld gedachte-patronen en emoties, referentie-object van meditatie te laten zijn) en in het algemeen meditatie tot ontwikkeling te laten komen en op deze manier deze obstakels/patronen naar verloop van tijd (bijvoorbeeld na een aantal jaren van dagelijkse beoefening) zodanig te overstijgen dat ze geen belemmering meer vormen voor gewaarzijn.
Daarnaast lijkt het zo te zijn dat de "inner preliminary practices" alleen voorkomen in het Tibetaans Boeddhisme maar bijvoorbeeld niet in het Zen-Boeddhisme, zodat dit wellicht ook aangeeft dat deze obstakels ook via meditatie overstegen kunnen worden.

Als je vanuit "naked awareness" "the natural state of the view" kan ervaren, ervaar je wat "the nature of mind" wordt genoemd. en ervaar je "the mind", zoals het citaat van Tsele Natsok Rangdröl aan het begin van de pagina aangeeft, als: "being indivisibly cognizant, aware and empty" wat ook aangeduid wordt als "empty cognizance".
Zoals onderstaand citaat ook aangeeft kan dit alleen vanuit directe ervaring plaatsvinden en niet vanuit "mind-made assumptions" of met andere woorden: niet vanuit gedachten erover. Daarnaast geeft hij ook aan dat de "innate nature" niet te beschrijven is.
Rather than holding a view of mind-made assumptions,
realize your indescribable and unformed innate nature,
through nakedly recognizing self-knowing wakefulness,
as the basic state of what is.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Als eenmaal het herkennen van de "nature of mind" mogelijk wordt en je kan verblijven in de continuïteit daarvan kan de beoefening van meditatie een ander karakter krijgen waarbij afleiding een andere betekenis krijgt:
  • Aan het begin van meditatie-training kan niet-afgeleid zijn meer overeen komen met het dagelijks leven. Dat je enigsinds bewust gericht bent op een referentie-object en als dat niet zo is dat je dan afgeleid bent.
    Dit hoeft niet het startpunt van meditatie-training te zijn omdat het afhankelijk is van de leraar/traditie/benadering die je volgt.
  • Een andere beginpunt van meditatie-training (of naarmate de beoefening vordert vanuit het hierboven aangegeven startpunt) is waarbij het werken met het referentie-object lichter is, waarbij er geen bewuste gerichtheid op het referentie-object (meer) hoeft te zijn, maar waarbij het voldoende is dat je het referentie-object kent, dat het aanwezig is in de ruimte van je bewustzijn, of anders gezegd in gewaarzijn. Als je het referentie-object niet meer kent of als er dualistische fixatie op het referentie-object is, ben je afgeleid.
    Zie ook de presentaties van Mingyur Rinpoche waarin hij deze lichte manier van aanwezig zijn bij een referentie-object aangeeft. Hij gebruikt deze lichte manier van meditatie als introductie in meditatie-training.
    Één van de voordelen van deze lichte manier van aanwezig zijn is dat het duidelijker is wanneer patronen actief zijn. Als je meditatie gaat beoefenen met een bewuste gerichtheid op iets dan kunnen daar ook patronen bij actief zijn omdat patronen ook een bewuste gerichtheid met zich meebrengen omdat ze iets willen doen en bereiken. Bij deze lichte benadering kan er naar verloop van tijd ook wel enige gerichtheid ontstaan maar die gerichtheid ontstaat meer spontaan alsgevolg van de spontane cognities. Die gerichtheid ontstaat uit gewaarzijn en is veel lichter dan de gerichtheid die ontstaat vanuit patronen wat meer neerkomt op dualistische fixatie. Zie bijvoorbeeld onderstaande presentatie: Meditation in Daily Life by Yongey Mingyur Rinpoche at LTWA on 16th December 2016
    Eventueel kan het kennen van het referentie-object in het begin ook gecombineerd worden met tellen. Bijvoorbeeld bij de ademhaling als referentie-object, kan zonder dat er een bewuste gerichtheid op de sensaties van de ademhaling is, de ademhaling geteld worden, bijvoorbeeld elke keer als er een inademing is.
  • Een volgende stap is dat je niet meer met één specifiek referentie-object werkt maar dat niet-afgeleid-zijn betekent de aanwezigheid van een wijder gewaarzijn en dat afleiding inhoudt de afwezigheid van een wijder gewaarzijn en de afwezigheid van herkenning van gewaarzijn omdat je gevangen bent in patronen of dagdromen.
    Zie ook de voorgaande pagina's.
  • Vanuit bovenstaande stappen kan je aanwezig zijn terwijl ervaringen komen en weer gaan, en kan "naked awareness" en "self-liberation" ontstaan, en is het ook mogelijk om gewaarzijn van gewaarzijn te laten ontstaan. Van hieruit is het herkennen van de "nature of mind" ook mogelijk. Als eenmaal het herkennen van de "nature of mind" mogelijk is en je in de "nature of mind" kan verblijven, betekent afgeleid-zijn het niet herkennen van de "nature of mind".
Zie onderstaand citaat van Tsele Natsok Rangdröl waarin hij de Boeddha citeert:
"The monk who knows the nature of mind
continues the meditation training,
no matter what he does,
he remains in the innate nature."

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
waarbij Tsele Natsok Rangdröl citeert uit de "sutra on pure intention"
De benadering van meditatie heeft nog steeds de drie aspecten van "nondistraction", "nonmeditation" en "nonfabrication" (zie de pagina over "nondoing"), alleen heeft "nondistraction" een andere betekenis gekregen.
Zie de video met Tulku Urgyen op de presentaties-pagina voor een uitleg over meditatie waarbij het herkennen van de "nature of mind" centraal staat.
Zie ook de presentatie van Mingyur Rinpoche: Meditation Instructions with Mingyur Rinpoche
Gerelateerd aan dit niveau van meditatie is het onderstaande citaat waarin Dudjom Rinpoche kort commentaar geeft op de "three statements" van Garab Dorje.
Garab Dorje was een meditatieleraar die leefde aan het begin van de jaartelling.
I. As for the direct introduction to one's own nature:
This fresh immediate awareness of the present moment,
transcending all thoughts related to the three times,
is itself that primordial awareness or knowledge (ye-shes)
that is self-originated intrinsic awareness (rig-pa).
This is the direct introduction to one's own nature.

II. As for deciding definitely upon this unique state:
Whatever phenomena of Samsara and Nirvana may manifest,
all of them represent the play of the creative energy or potentiality
of one's own immediate intrinsic awareness (rig-pa'i rtsal) . . .

III. As for directly continuing with confidence in liberation:
Whatever gross or subtle thoughts may arise,
by merely recognizing their nature,
they arise and (self-)liberate simultaneously
in the vast expanse of the Dharmakaya,
where emptiness and awareness (are inseparable).
Therefore, one should continue directly with confidence in their liberation.

H. H. Dudjom Rinpoche in "A short commentary on the three statements of Garab Dorje" in het boek "The Golden Letters" van John Myrdhin Reynolds.
Het bovenstaande citaat geeft aan dat bij het verblijven in de "innate nature", "self-liberation" belangrijk is wat op zich weer een gevolg is van "naked awareness". Waaruit volgt dat op dit niveau van meditatie, "naked awareness" essentieel is. Zie ook het citaat van Padmasambhava over "naked awareness" en "self-liberation" en de citaten van Tsele Natsok Rangröl over "naked awareness" en gedachten.
Het citaat van Tsele Natsok Rangröl over gedachten geeft aan dat bij dit niveau van meditatie laten-zijn ook essentieel is.
Daarnaast geeft dit citaat aan dat wanneer je toch betrokken raakt in gedachten je kan laten zijn in gewaarzijn zodat er op dat moment vanuit dit niveau gezien er afgeleid zijn is vanwege het betrokken raken in gedachten, maar dat er vanuit het eerdere niveau van meditatie gezien geen afleiding is, als het in gewaarzijn gelaten wordt. Als er vandaaruit "self-liberation" ontstaat kan er weer een terugkeer naar het verblijven in de "innate nature" zijn.
Indien nodig zou ook nog het andere niveau, waarbij er op een lichte manier (alleen kennen is genoeg) een referentie object is, beoefend kunnen worden. Zodat tijdens een meditatie-sessie deze drie niveaus van meditatie plaats kunnen vinden.
Dit niveau van meditatie waarbij je langere tijd kan verblijven in de "innate nature" is nogal geavanceerd. Dat is waarschijnlijk het niveau waarop mensen, zoals: De Dalai Lama, Thich Nhat Hanh, Shunryu Suzuki, Mingyur Rinpoche, Tarthang Tulku, Dudjom Rinpoche, Chögyam Trungpa en Tulku Urgyen en wellicht ook vele minder bekende monniken zoals Khenpo Sherab Sangpo, meditatie beoefenen of beoefenden.
Traditioneel (met name in de traditie van het Tibetaans Boeddhisme) is meditatie waarbij de "nature of mind" belangrijk is, mogelijk voor studenten die een zogenaamde "pointing out instruction" gehad hebben, zie de presentatie "Your True Nature - A Talk on Refuge and Buddha Nature" van Mingyur Rinpoche waarin hij kort ingaat op "pointing out teaching" en daarbij aangeeft dat hierbij geholpen wordt om "pure awareness", "your true nature" te herkennen.
Wellicht is het ook voor mensen die meditatie seculier benaderen en die in een westerse samenleving leven, met minder tijd voor meditatie-beoefening en veel meer bronnen van afleiding en triggers van primitieve patronen (zoals internet, sociale media, games, films, televisie en radio), desondanks mogelijk om tijdens hun meditatie-sessies korte tijd in de "innate nature" te kunnen verblijven, als dit spontaan ontstaat vanuit de eerdere meditatievormen. Indien dit zo is, dan zouden meer mensen hier de voordelen van kunnen ervaren.
Gezien de rol van de "inner preliminaries" en het citaat van Tsele Natsok Rangdröl aan het begin van de pagina, is dit wellicht in de seculiere benadering ook mogelijk indien emoties, patronen (inclusief dualistische fixatie) en misconcepties ondersteuning kunnen zijn voor meditatie en daarin ook bevriend en onderzocht kunnen worden in directe ervaring, zodat op die manier meditatie verder tot ontwikkeling kan komen en de "nature of mind" uiteindelijk alsgevolg daarvan wellicht spontaan herkend kan worden.
In eerste instantie lijkt het daarom belangrijk om emoties, patronen en misconcepties te herkennen zodat deze vandaaruit via laten zijn in gewaarzijn geobserveerd en bevriend kunnen worden in meditatie.
The crucial point in the practice,
is not to get involved in deliberately projecting or concentrating
upon the state of your present naked mind,
but rather, simply to recognize your nature
in whatever you experience, no matter what it is.
That which sustains this is given the name 'mindfulness'.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Het bovenstaande citaat geeft aan dat mindfulness ook op dit geavanceerde niveau een belangrijke rol speelt. Zodat mindfulness zowel bij het begin van de ontwikkeling van meditatie als op geavanceerde niveaus, een belangrijk aspect is.
Hierbij verschilt de vorm van mindfulness-meditatie in de verschillende stadia, en heeft afleiding een andere betekenis en verschilt ook de mate van integratie in de verschillende stadia. Bijvoorbeeld aan het begin van meditatie is er een referentie-object en vindt er bijvoorbeeld integratie plaats op het gebied van lichaam en geest, terwijl op de meer geavanceerde niveaus zoals op deze pagina besproken wordt, er geen specifiek referentie-object meer is en integratie verder gaat omdat er bijvoorbeeld ook integratie plaatsvindt als dualistische fixatie overstegen wordt.
Je zou daarom kunnen zeggen dat omdat er in de geavanceerdere stadia meer integratie plaatsvindt, er sprake is van meer "fullness", meer "wholeness", zodat je vanuit het integratie-aspect gezien kan zeggen dat er in die stadia sprake is van meer mind-fulness.

Zie ook de presentaties van Khenpo Sherab Sangpo over rigpa op de presentaties-pagina waarin hij ook meditatievormen bespreekt.
De meditatievorm uit de eerste video lijkt op wat Tsele Natshok aangeeft in zijn citaat eerder op deze pagina en ook lijkt die op de instructie die Dudjom Rinpoche (hoewel de woorden en volgorde iets anders zijn) geeft in de video eerder gelinkt op deze pagina.
Het lijkt op gewaarzijn van gewaarzijn meditatie (als er gedachten opkomen worden deze gelaten in gewaarzijn), maar het verschil tussen de gewaarzijn van gewaarzijn en deze meditatie is als de "nature of mind" herkend wordt. Indien dat niet herkend wordt dan is het in feite een meditatievorm waarbij er gewaarzijn van gewaarzijn kan zijn en als er geen gewaarzijn van gewaarzijn ontstaat vanwege gedachten dan is het meditatie waarbij gedachten gelaten worden in gewaarzijn en als dat niet lukt dan zou een meditatievorm, waarbij de ademhaling een rol speelt, bijvoorbeeld de ademhaling tellen, kunnen worden beoefend zodat ook in die laatste situatie een meditatievorm beoefend kan worden.

Andersom zou je kunnen zeggen dat vanuit het vermogen om de ademhaling te kunnen tellen of vanuit het vermogen om de sensaties van het ademhalen als referentie-object te laten zijn, de mogelijkheid kan ontstaan voor het kunnen laten zijn van gedachte-patronen in gewaarzijn en vandaaruit is uiteindelijk gewaarzijn van gewaarzijn mogelijk, etc.
Belangrijk is om te beginnen met een meditatievorm zonder te forceren en vandaaruit gewaarzijn tot ontwikkeling te laten komen. Als een geavanceerde meditatievorm niet mogelijk dan is het beter om met een eenvoudigere meditatievorm te beginnen. Naarmate die meditatievorm vordert kan daaruit alsnog de andere meditatievorm mogelijk worden, terwijl als je vanaf het begin streeft naar de geavanceerde meditatievorm je kan blijven hangen in iets wat niet goed werkt en wat zelfs averechts kan werken omdat je nu vanuit patronen iets probeert na te streven zodat daarbij die patronen gecultiveerd worden.
Door te beginnen met een meditatievorm die past bij de situatie kan vanuit gewaarzijn een ontwikkeling ontstaan die tot een volgende meditatievorm kan leiden en die ook tot "naked awareness" kan leiden. Door het zo te benaderen vertrouw je op gewaarzijn in plaats van op patronen en de gedachten die daarbij betrokken zijn.
Mingyur Rinpoche geeft aan om meditatievormen ook af te wisselen als er verveling optreedt en te beginnen met de meditatievorm die je het prettigst vindt. Bijvoorbeeld bij meditatie met een referentie-object kan dit object eerst een geluid zijn, daarna de sensaties in het lichaam en daarna de sensaties van de ademhaling en daarna weer een geluid, etc. .
If you begin to desire the gifts of experiences,
and insights, signs and indications of progress,
you are already possessed by attachment and ego-clining,
and there will never be a chance for meditation training.

While the qualities of samsara and nirvana are
spontaneously present in the ground,
Failing to acknowledge this, to hanker after,
the signs of the path as well as a result,
is far inferior to even the Hinayana.
All side-tracks, obscurations, and obstacles
arise from this.

The Heart of the Matter - Tsele Natsok Rangdröl
Op basis van het bovenstaande en de andere pagina's op deze website is het duidelijk dat er vanuit de ontwikkeling van mindfulness-meditatie veel mogelijk is. Gezien de positieve rol die mindfulness kan spelen maakt mindfulness-meditatie het ook mogelijk om meer positief in het leven te staan. In plaats van tegen jezelf te zeggen dat je iets niet moet doen of dat je van iets af moet als er gedachte-patronen of emoties door je heen gaan, kan je het nu positief benaderen door jezelf eraan te herinneren dat je het kan omarmen door te laten zijn in gewaarzijn en dat je de dingen van daaruit door je heen kan laten gaan en dat je daardoor de stroom van ervaringen kan gadeslaan, en dat vanuit laten zijn in gewaarzijn integratie en inzicht kunnen toenemen, en dat alsgevolg hiervan gewaarzijn ook geleidelijk aan meer tot zijn recht kan komen.
Mindfulness-meditatie maakt het daardoor mogelijk om een positieve benadering te hebben, zelfs als er "negatieve" gedachten of emoties door je heen gaan.
Mindfulness beoefend vanuit een seculiere benadering kan een begin zijn van een spiritueel pad. Dit zou ook het begin kunnen zijn voor mensen die zich aangetrokken voelen tot het Boeddhisme. Zonder een specifieke leraar te volgen, maakt de seculiere benadering het mogelijk om met meditatie te beginnen terwijl je jezelf kan verdiepen in wat leraren en deskundigen met een diverse achtergrond aanreiken via hun boeken en presentaties. Op die manier is het mogelijk om zelf een behoorlijk deel van het Boeddhistische pad al te ontdekken in jezelf en kennis van en inzicht in het Boeddhistische pad te verkrijgen.
Mocht je daarna interesse hebben om verder te gaan op het Boeddhistische pad dan helpt dit ook een goede leraar te vinden die bij je past. Door in eerste instantie een aantal jaren zonder specifieke leraar je pad te volgen kan je ontdekken welke benadering wel of niet bij je past, kan je je ook verdiepen in westerse deskundigen zoals bijvoorbeeld het werk van professor Paul Gilbert op het gebied van psychologie, zodat je ook meer bekend bent met de evolutionaire oorsprong van bepaalde patronen (zie de presentaties van Paul Gilbert op de presentaties-pagina) en professor Dale Bredesen, zodat je ook meer bekend bent met wat goed is voor je hersenen en cognitie en je gezondheid in het algemeen (zie de presentaties van Dale Bredesen op de presentaties-pagina). Hierbij speelt ook dat problemen op biologisch niveau (en met name op celniveau) kunnen leiden tot een toename in primitieve emoties zoals angst en depressieve gevoelens zodat meditatie alleen in die situatie niet afdoende is om daar goed mee om te gaan, omdat dan de biologische oorzaken genegeerd worden. Zoals eerder aangegeven kan je in die tijd ook Boeddhistische teksten lezen en naar Boeddhistische leraren luisteren, zodat je beter weet waar het wel of niet om gaat in het Boeddhisme.
Deze kennis kan helpen om een goede leraar te vinden en om niet in handen te vallen van leraren die problematisch zijn. Helaas is het de laatste jaren duidelijk geworden dat er ook Boeddhistische leraren zijn die misbruik maken van hun leerlingen of deze slecht behandelen. Een goede voorbereiding kan dit wellicht voorkomen omdat je met die voorbereiding makkelijker kan herkennen wanneer er dingen gebeuren of wanneer er dingen wijsgemaakt worden die niet passen bij het Boeddhistische pad of zodat je beter kan herkennen wanneer er ongezonde situaties zijn of er een ongezonde levenswijze speelt. Zo'n voorbereiding kan daardoor in een vroeg stadium tot andere keuzes leiden zodat schade voorkomen wordt of beperkt blijft.

Hetzelfde kan ook van toepassing zijn bij leraren van een seculiere benadering.

De ontwikkeling van mindfulness en jezelf verdiepen in wat daaraan gerelateerd is, kan ook zo bezien een basis vormen voor een verstandige en gezonde benadering van een spiritueel pad.
Voor meer informatie wordt verwezen naar onderstaande boeken:
  • "Transformation & Healing, the sutra on the four establishments of mindfulness"
    (Leven in aandacht, commentaar op het Satipatthana-Soetra) - Thich Nhat Hanh
  • "Minding closely: The Four Applications of Mindfulness" - B. Alan Wallace
  • Wijsheid in emotie, over de mandala van de vijf boeddha's - Han F. de Wit
  • Het open veld van de ervaring, de Boeddha over inzicht, compassie en levensgeluk - Han F. de Wit
  • "Zen Mind, Beginner's Mind, Informal talks on Zen meditation and practice"
    (Zen-begin, eindeloos met zen beginnen) - Shunryu Suzuki
  • "The cycle of day and night, an essential Tibetan text on the practice of contemplation" - Namkhai Norbu
  • "Hidden mind of freedom" (Verborgen vrijheid) - Tarthang Tulku
  • "Openness mind, self-knowledge and inner peace through meditation"
    (Open bewustzijn) - Tarthang Tulku
  • "Gesture of balance, a guide to awareness, self-healing, and meditation"
    (Leven in evenwicht) - Tarthang Tulku
  • "Time, Space and Knowledge, a new vision of reality"
    (Ruimte, Tijd en Kennis, een nieuwe visie op de werkelijkheid) - Tarthang Tulku
  • "Love of knowledge"
    (Liefde voor kennis) - Tarthang Tulku
  • "Knowledge of Time and Space" - Tarthang Tulku
  • "Visions of Knowledge" - Tarthang Tulku
  • "Dynamics of Time and Space" - Tarthang Tulku
  • "Sacred Dimensions of Time and Space" - Tarthang Tulku
  • "The heart of understanding" (Vorm is leegte, leegte is vorm, commentaar op het Prajnaparamita Hartsoetra) - Thich Nhat Hanh
  • "The diamond that cuts through illusion, commentaries on the Prajnaparamita Diamond sutra" - Thich Nhat Hanh
  • "Ceaseless Echoes of the great silence, a commentary on the Heart Sutra" - Khenpo Palden Sherab Rinpoche
  • "The fundamental wisdom of the Middle way, Nagarjuna's Mulamadhyamakakarika" - vertaald door Jay L Garfield
  • Progressive stages of meditation on emptiness - Ven. Khenpo Tsültrim Gyamtso Rinpoche
  • "The sun of wisdom, teachings on the Noble Nagarjuna's Fundamental wisdom of the middle way" (De zon van wijsheid, Commentaar op Nagarjuna's 'Fundamentele wijsheid van de middenweg') - Khenpo Tsültrim Gyamtso
  • "Introduction to the Middle Way, Chandrakirti's Madhyamakavatara with commentary by Jamgön Mipham - Padmakara Translation Group
  • Lamp of mahamudra - Tsele Natsok Rangdröl
  • The heart of the matter - Tsele Natsok Rangdröl
  • The Golden letters - John Myrdhin Reynolds

De oorsprong van bewustzijn?

Of meditatie wel of niet een religieus aspect heeft, heeft met de oorsprong van bewustzijn te maken.

Sommige nemen aan dat bewustzijn voortkomt uit de hersenen zoals sommige westerse wetenschappers. Hierbij speelt dat verschillende gebieden van de hersenen gecorreleerd kunnen worden met bepaalde gebeurtenissen in de geest. Bijvoorbeeld bepaalde gebieden in de hersenen zijn actiever bij bepaalde emoties. Hierdoor is men geneigd om te denken dat die hersengebieden die ervaringen veroorzaken, echter correlatie hoeft nog geen causatie te betekenen, zodat het de vraag is of de aanname dat de hersenen bewustzijn veroorzaken juist is.

Anderen zoals Boeddhisten denken dat bewustzijn in zijn essentie niet door het lichaam geproduceerd wordt zodat bewustzijn uiteindelijk doorgaat als het lichaam sterft.
Hierbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen grofbewustzijn dat meer met het lichaam te maken heeft en fijnere niveaus van bewustzijn. Daarnaast wordt erkend dat er interactie is tussen mind en de hersenen.

Één van de logische redeneringen waaruit zou volgen dat bewustzijn niet door het lichaam geproduceerd wordt is dat dingen die geen bewustzijn hebben, niet bewustzijn kunnen voortbrengen.
Bijvoorbeeld als een atoom geen bewustzijn heeft, dan kan een verzameling atomen (een molecuul) geen bewustzijn voortbrengen, en als een molecuul geen bewustzijn heeft, dan kan een verzameling moleculen (een cel) ook geen bewustzijn voortbrengen, en als een cel geen bewustzijn heeft dan kan een verzameling cellen (de hersenen bijvoorbeeld) ook geen bewustzijn voortbrengen.

Echter de vraag is of deze redenatie klopt omdat bij deze redenatie voorbij wordt gegaan aan mogelijke quantummechanische effecten. Volgens de moderne natuurkunde kan een atoom beschreven worden zonder daarbij bewustzijn mee te nemen. In al de vergelijkingen die daarbij gebruikt worden komt bewustzijn niet voor. Die gaan eerder over dingen als massa, energie etc.
Echter wellicht hoeft bij één atoom bewustzijn niet meegenomen te worden omdat bewustzijn niet speelt in die situatie.

Wellicht is het zo dat de werkelijkheid, die quantummechica beschrijft en waarmee ook een atoom beschreven kan worden, in zichzelf de potentie voor bewustzijn heeft onder speciale omstandigheden. Bijvoorbeeld in de situatie van de hersenen waarbij heel veel cellen (miljarden) aanwezig zijn en wellicht speelt daarbij dat er ook elektrische activiteit is. In de situatie van een atoom laat die werkelijkheid geen bewustzijn zien hoewel die werkelijkheid in potentie wel de mogelijkheid van bewustzijn heeft maar in een andere situatie zoals die van de hersenen zou die werkelijkheid wel bewustzijn kunnen manifesteren.

Als je het zo beziet dan is bewustzijn iets wat afhankelijk van de situatie ontstaat, net zoals het deeltjes- of golfkarakter van een elektron in afhankelijkheid van de situatie optreedt.
Omdat bewustzijn dan in afhankelijkheid bestaat verklaart dat ook dat het leeg is van een inherent bestaand ding terwijl het toch een kennende kwaliteit in zich heeft, wat Tibetaanse leraren aanduiden met "empty cognizance".
Zie het gedeelte "Madhyamaka filosofie en afhankelijkheden in de moderne natuurkunde" op de pagina over nondoing.

Dit zou in tegenspraak zijn met Boeddhistische filosofie maar de logica van Boeddhistische filosofie is gebaseerd op klassiek denken (denken dat meer overeenkomt met klassieke natuurkunde. In de tijd van Boeddhistische filosofen zoals Nagarjuna en Chandrakirti etc was quantum mechanica niet bekend en was er bekendheid met fenomenen uit het dagelijks leven waar klassieke natuurkunde op van toepassing is) en waarbij quantum mechanische effecten niet meegenomen worden. Quantum mechanica laat soms effecten zien die vanuit klassieke natuurkunde niet verklaard kunnen worden en die vanuit klassiek denken onlogisch zijn zoals bijvoorbeeld Quantum Tunneling. Misschien is bewustzijn ook een quantum mechanisch effect dat vanuit klassiek denken onlogisch is en niet te verklaren is.

Als het bovenstaande zo is dan kunnen de hersenen wellicht in de toekomst nagebootst worden via nano-technologie. Als het dan op die manier mogelijk wordt om aan te tonen dat materie bewustzijn kan hebben dat zou dat het bovenstaande kunnen onderbouwen met experimenteel onderzoek.

Omdat deze vorm van bewustzijn afhankelijk is van levende hersenen zou deze vorm van bewustzijn niet door kunnen gaan na de dood. Wel zou op deze manier ook intrinsiek gewaarzijn aangetoond kunnen worden, waarbij intrinsiek gewaarzijn ook aanwezig is in primitieve aspecten zoals primitieve emoties. In vergelijking met emoties en gedachten is dit bewustzijn langduriger omdat emoties en gedachten komen en gaan terwijl de voorwaarde voor dit basisbewustzijn veel langduriger aanwezig zijn zolang de hersenen in leven blijven.

Mocht bewezen worden dat het bovenstaande inderdaad het geval is dan nog zou de kennis aanwezig in tradities zoals het Tibetaans Boeddhisme nog steeds heel waardevol kunnen zijn, omdat er in die tradities veel meer ervaring met meditatie en vergelijkbare benaderingen is dan in het westen, zodat de Westerse wereld nog veel van deze tradities kan leren waarbij de opgedane kennis geintegreerd zou kunnen worden in een seculiere benadering en zijn weg wellicht ook kan vinden in westerse psychologie.

Aan de andere kant zou moderne natuurkunde ook de mogelijkheid kunnen ondersteunen voor bewustzijn dat doorgaat na de dood. Wellicht dat String Theory ondersteuning kan geven voor deze mogelijkheid. De materie zoals wij die kennen kan verklaard worden vanuit String Theory maar wellicht dat deze theorie ook andere mogelijkheden laat zien die zoiets als bewustzijn onafhankelijk van materie mogelijk maken.

Hierbij komt de vraag op hoe dit dan samen zou kunnen gaan met de evolutie-theorie. Biologisch leven is op aarde ge-evolueerd. Maar hoe zit het dan met het geestelijke aspect als dit onafhankelijk van het lichaam kan bestaan?

Daarnaast speelt ook dat in het Boeddhisme over "primordial consciousness" gezegd wordt: "it does not arise in dependence upon causes and conditions", zie het citaat van Alan Wallace eerder op deze pagina. Echter uit de analyse op de pagina over nondoing volgt dat zo'n beetje alles in het universum in afhankelijkheid bestaat, inclusief ruimte en tijd. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat er zoiets als bewustzijn is dat niet in afhankelijkheid bestaat. Tenzij dit bewustzijn zo basaal is dat het ten grondslag ligt aan wat er bij Quantum Mechanica plaatsvindt, bijvoorbeeld bij quantum verstrengeling.
Zie voor quantum verstrengeling de voordracht van professor Leo Kouwenhoven over de quantumcomputer bij de Universiteit van Nederland. Zie ook de de 2Doc-documentaire: de race over de quantumcomputer waarin ook kort quantum verstrengeling besproken wordt.
Zie ook het boek: "The Conscious Universe: Parts and Wholes in Physical Reality" door Menas Kafatos, Robert Nadeau dat ingaat op het zogenaamde Einstein-Podolsky-Rosen experiment.

Natuurkundigen weten hoe ze quantum mechanica kunnen toepassen in diverse situaties zoals in atoomfysica, kernfysica, deeltjesfysica etc. maar de vraag blijft:
Hoe werkt de werkelijkheid die quantum mechanica beschrijft van binnenuit? Is het überhaupt mogelijk om dat te formuleren in concepten? Misschien is quantum mechanica of een soortgelijke theorie wel een soort eindpunt voor natuurkunde en is het niet mogelijk om de werkelijkheid die leidt tot de quantum mechanische beschrijving op een meer fundamentele manier conceptueel te beschrijven en te kennen. Mischien ligt het antwoord op de vraag waar komt bewustzijn vandaan etc. wel voorbij wetenschappelijke beschrijvingen omdat het dieper verankerd ligt in de werkelijkheid dan wat wetenschap nog kan beschrijven. Misschien is het wel zoals Alan Wallace in het bovenstaande citaat aangeeft over "primordial consciousness": 'The Buddha referred to this ultimate dimension of awareness as "consciousness without characteristics," for it is undetectable by ordinairy perception. It can be nondually known only by itself and not by any other means of observation.'

Professor Erik Verlinde, een theoretisch natuurkundige, gaf op een vraag over unification theory (een theorie van alles) aan dat hij niet denkt dat die er komt, omdat mensen wel intelligent zijn maar niet oneindig intelligent. Zodat hij denkt dat natuurkunde uiteindelijk beperkt zal blijven alsgevolg van de beperking in de menselijke intelligentie. Zie zijn voordracht bij de TUDelft : A New View on Gravity and the Cosmos | Erik Verlinde.
Hij voert het argument aan dat mensen niet intelligent genoeg zijn. In het Boeddhisme wordt aangegeven dat de manier van kennen ook een probleem kan zijn. Zij geven aan dat de werkelijkheid zoals die is, niet conceptueel te beschrijven is. Als dat zo is, dan mocht het mogelijk zijn om artificial intelligence hierop los te laten en daardoor uiteindelijk de beperking van intelligentie op te lossen, je nog steeds tegen een beperking aanloopt omdat de werkelijkheid zoals die is niet te formuleren is in concepten. Voor een theorie van alles hoeft dit geen probleem te zijn, mits die theorie van alles gezien wordt als een model van de werkelijkheid, en niets als iets dat aangeeft wat de werkelijkheid is.

Één reden waarom de werkelijkheid zoals die is niet geformuleerd kan worden door concepten, zou kunnen zijn dat de werkelijkheid zoals die is zichzelf niet hoeft op te delen. De werkelijkheid zoals die is hoeft zich niet in hokjes op te delen terwijl als je iets conceptueel beschrijft er automatisch opdelingen in die beschrijving ontstaan vanwege het gebruik van concepten. De conceptuele labelling is iets wat de mens doet, maar wat de werkelijkheid niet hoeft te doen. In een conceptuele beschrijving zit dus altijd iets (de opdelingen alsgevolg van concepten) wat niet aanwezig is in de werkelijkheid zoals die is.
Daarnaast worden bij het gebruik van concepten in beschrijvingen ook abstracties geïntroduceerd. Als je een beschrijving met de abstracties gaat zien als de werkelijkheid zoals die is, suggereer je dat er niet een microscopische werkelijkheid schuil kan gaan in die abstracties.
In principe vindt er bij natuurkunde een modellering van de werkelijkheid plaats. Een gedachte- en wiskundigmodel moet hierbij bevestigd worden door metingen zodat er bevestigd wordt dat deze modellen, metingen kunnen verklaren en voorspellen. Natuurkunde en wetenschap doet in het algemeen niets anders dan: verschijnselen ontdekken, modellen maken, en modellen verifiëren. Alles wat daar nog bij komt, bijvoorbeeld dat je denkt dat iets in deze modellen fundamenteel is of anders gezegd echt bestaat als zodanig in de werkelijkheid zoals die is, is daarmee niet bewezen maar is slechts een aanname of geloof etc. Het enige wat bewezen wordt is dat je de werkelijkheid zo kan modelleren maar niet meer dan dat.
Dus als je suggereert dat het niet alleen modellen zijn maar dat het volledig aangeeft hoe de werkelijkheid, zoals die is, is , zal je ook moeten aantonen dat de conceptuele abstracties die gebruikt worden in de modellen niet een microscopische werkelijkheid in zich hebben, omdat anders de werkelijkheid zoals die is (op fundamenteel of absoluut niveau) anders kan zijn dan het model aangeeft. In andere woorden: je zal dan ook moeten aantonen dat de concepten die gezien worden als onderdeel van de werkelijkheid zoals die is, niet slechts "emergent" zijn en niet voortkomen uit een dieperliggende werkelijkheid.

Je zou kunnen zeggen dat de werkelijkheid zo lijkt te zijn maar dat dat feitelijk illusies kunnen zijn. Dit is gerelateerd aan de zogenaamde "two truths": "relative truth" en "absolute truth" uit het Boeddhisme. Zie het gedeelte over Madhyamaka en moderne natuurkunde op de pagina over "nondoing".
Het kunnen verklaren en voorspellen van metingen door een bepaald wiskundig model afgeleid van een bepaald denkmodel, is daarom niet genoeg, om aan te geven wat de werkelijkheid op fundamenteel of absoluut niveau is. Immers dat geeft alleen aan wat de werkelijkheid lijkt te zijn maar wat, als je dieper gaat kijken, illusies kunnen zijn.
Zie ook de tweet van professor Erik Verlinde waarin hij het artikel in Scientific American: "Space: The final Illusion" citeert.

Een voorbeeld hiervan is klassieke natuurkunde. Met klassieke natuurkunde zijn verschijnselen uit de dagelijkse praktijk om ons heen goed te verklaren en te modelleren, toch blijkt de werkelijkheid niet zo te zijn want quantum mechanica laat zien dat het anders in elkaar zit dan klassieke natuurkunde aangeeft. Het kan dus zo zijn dat je een model hebt dat in veel gevallen goed werkt, maar dat niet overeenkomt met hoe de werkelijkheid is. Als dit voor klassieke natuurkunde kan, waarom niet voor quantum mechanica of andere natuurkunde theoriën? Misschien zijn dat ook modellen die goed werken maar die uiteindelijk niet aangeven wat de werkelijkheid is. Met andere woorden: een goed model zijn en verschijnselen kunnen verklaren en voorspellen, wil nog niet zeggen dat zo'n model aangeeft wat de werkelijkheid is, zodat voor de stelling dat het model aangeeft wat de werkelijkheid is, meer bewijs nodig is en je ook moet aantonen dat er niet nog een diepere werkelijkheid aan ten grondslag kan liggen.

De vraag is of je kan uitsluiten dat er niet een microscopische werkelijkheid schuil gaat in zo'n abstractie. Met name als zo'n abstractie afhankelijk is van andere abstracties of van situaties. Want, hoe vindt die afhankelijkheid dan plaats in een abstractie als er geen microscopische werkelijkheid in schuilgaat? Wil je een beschrijving hebben die volledig aangeeft hoe het is, dan zal je daarnaast ook moeten aangeven hoe die afhankelijkheden plaatsvinden. Maar om die afhankelijkheden aan te geven moet je waarschijnlijk weer nieuwe concepten/abstracties introduceren die gerelateerd kunnen zijn aan een microscopische werkelijkheid van een abstractie die op hun beurt weer afhankelijkheden in zich zullen hebben, etc.
Hoewel dit bovenstaande proces steeds gedetailleerdere (en complexere) modellen en beschrijvingen oplevert, lijkt het erop dat het een oneindig proces oplevert zonder dat het uiteindelijk tot een conceptuele beschrijving van de werkelijkheid zoals die is kan komen omdat je altijd nieuwe conceptuele abstracties introduceert met een mogelijke microscopische werkelijkheid in zich.
In principe kan het een oneindig proces opleveren maar in de praktijk zal dit waarschijnlijk niet oneindig zijn, niet alleen vanwege de toename in complexiteit maar ook omdat de bevestiging van de modellen door metingen waarschijnlijk al eerder problematisch zal worden omdat de consequenties van vergaande modellen op een gegeven moment wellicht niet meer meetbaar zullen zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn omdat de verschijnselen te klein zijn en daardoor wegvallen in de ruis die bij metingen optreedt (en wat niet alleen te maken kan hebben met technische redenen maar ook vanwege theoretische redenen bijvoorbeeld alsgevolg van de onzekerheidsrelaties van Heisenberg).

Waarschijnlijk zijn er nog meer redenen te bedenken waardoor een conceptuel model nooit de werkelijkheid zoals die is kan weergeven. Bijvoorbeeld als je een conceptueel model creëert, is dit vanuit een gezichtspunt waarbij je de werkelijkheid van buitenaf beschrijft.
De vraag is of je op die manier kan kennen hoe de werkelijkheid is van binnenuit?
Als je een persoon van buitenaf beschrijft, wat zijn of haar gedrag is, wat de afmetingen van de persoon zijn etc. weet je ook niet hoe deze persoon van binnenuit is, hoewel je daar wellicht wel enige inschatting over kan maken.

Het lijkt er daarom op dat een conceptuele beschrijving om die redenen nooit de werkelijkheid zoals die is, kan aangeven.
Zo'n benadering kan wel een model zijn van de werkelijkheid, maar dat model is dan niet gelijk aan de werkelijkheid zoals die is, maar is een model dat accuraat verschijnselen kan verklaren en metingen kan voorspellen. Zo'n model kan wel nuttig zijn omdat het bijvoorbeeld de onjuistheid van andere denkmodellen kan aantonen en omdat het kan aangeven hoe je over de werkelijkheid kan denken (beseffende dat je vanuit een model van denkt), en ook kunnen modellen uit de natuurkunde toegepast worden in technologie, en is een wetenschappelijke benadering in het algemeen ook interessant in andere gebieden zoals de gezondheidszorg etc. en daarnaast draagt wetenschap ook bij aan het ontdekken van verschijnselen, maar het gaat te ver om te zeggen dat wetenschap aangeeft wat de werkelijkheid is.

Als je natuurkundigen hoort praten over natuurkunde lijkt het wel alsof ze denken dat hun model de werkelijkheid is. Dit heeft er wellicht mee te maken dat natuurkunde op een geavanceerd niveau behoorlijk complex is vanwege de ingewikkelde en abstracte wiskunde die daarbij een rol speelt. Daarnaast moeten hierbij oplossingen gevonden worden voor moeilijke (wellicht niet oplosbare) problemen zodat mensen op de top van hun intelligentie moeten functioneren. Alsgevolg daarvan kan hierdoor nogal wat fixatie op gedachten ontstaan en wellicht speelt daarbij ook enige emotie.
Wellicht dat vanwege die fixatie, de "virtual reality" van deze gedachten dermate concreet is geworden dat mensen die gedachten als de werkelijkheid gaan zien en niet meer als slechts gedachten.
Daarnaast is het wellicht zo dat natuurkundigen van jongsafaan gefascineerd zijn door natuurkunde en/of wiskunde en dat ze daarom natuurkunde zijn gaan studeren, maar dat bij die fascinatie voor natuurkunde/wiskunde een persoonlijkheid past die de "virtual reality" van gedachten (over natuurkunde/wiskunde) al snel als de werkelijkheid gaat zien. Als je dan gedurende je leven daar vanuit een ander perspectief nooit kritisch naar gaat kijken (wat wellicht ook niet zo handig is als je carrière er vanaf hangt) kom je daar wellicht ook niet los van.
Zie de voordracht van professor Mark Williams waarin hij ingaat op de "virtual reality" van gedachten en dat we die we vaak als de waarheid nemen.
Daarnaast lijkt het soms ook dat natuurkunde vanuit marketing oogpunt (in verband met het binnenhalen van subsidies of in verband met maatschappelijke ondersteuning etc.) als nogal belangrijk neer gezet wordt, en daarbij is het ook handig als je mensen het gevoel kan geven dat natuurkundigen aan het uitvogelen zijn wat de werkelijkheid is, in plaats van dat het slechts gaat over het modelleren van de werkelijkheid. Een verhaal van: "we maken een zo'n goed mogelijk model van de werkelijkheid, maar wat de werkelijkheid is weten we eigenlijk ook niet en kunnen we ook niet weten", verkoopt wellicht minder goed.

De consequentie van bovenstaande is dat wetenschap in het algemeen nooit de werkelijkheid zoals die is kan aangeven waardoor er ruimte overblijft voor spiritualiteit en religie en waardoor er ook de mogelijkheid blijft dat er een vorm van bewustzijn is die zo basaal is dat deze voor natuurkundig onderzoek onbereikbaar blijft.

Mocht het zo zijn dat er een vorm van bewustzijn in het universum is (zoals "primordial consciousness") en dat deze vorm van bewustzijn zo basaal is dat die buiten het bereik van natuurkundig onderzoek valt (dat lijkt de enige optie omdat als dat niet zo is, dan is dit bewustzijn niet basaal genoeg en zou daardoor in afhankelijkheid moeten bestaan terwijl "primordial consciousness" volgens het citaat van Alan Wallace, niet in afhankelijkheid bestaat) dan zou deze vorm van bewustzijn alleen gekend kunnen worden door mensen vanuit intrinsiek gewaarzijn aangezien intrinsiek gewaarzijn een lokale versie van dit bewustzijn is en op die manier "primordial consciousness" dan zichzelf kent. De vraag is of dit zo is en die vraag zou dan alleen via meditatie beantwoord kunnen worden als er vanuit intrinsiek gewaarzijn contact ontstaat met dit niet-persoonlijke universele bewustzijn, waardoor er dan een soort van eenheids-bewustzijn is. Als het zo is, dan zou dat op persoonlijk niveau gekend kunnen worden maar niet op een wetenschappelijke manier.
Misschien is dit ook waar Tarthang Tulku naar verwijst als hij schrijft: "We are intimately linked to the universal display of knowledge, for the nature of human being is to know." Zie zijn citaat op deze pagina.
Zie voor meer informatie ook het boek: "Zonder grenzen - Oosterse en westerse benaderingen van persoonlijke groei" van Ken Wilber.

Bij het doorgaan van bewustzijn wordt ook het idee van vorige levens mogelijk. Volgens Allan Wallace is het mogelijk om in diepe meditatie vorige levens te herinneren.
Volgens Boeddhistische teksten herinnerde de Boeddha ook zijn vorige levens.
Als mensen in meditatie hun vorige levens herinneren en hetgeen wat ze herinneren vervolgens bevestigd kan worden met feitenonderzoek dan zou dit het aannemelijk maken dat er zoiets als reïncarnatie bestaat en dat bewustzijn doorgaat na de dood.

Op dit moment is het niet duidelijk (er is geen wetenschappelijk bewijs) waar bewustzijn vandaan komt of waar het naar toe gaat. Een manier om hier mee om te gaan is of bewustzijn wel of niet doorgaat vanuit het besef van het niet-weten, open te laten.
Waarbij noch de positie ingenomen wordt die reïncarnatie afwijst en noch de positie die reïncarnatie aanneemt, ingenomen wordt. Of anders gezegd, er wordt niet de positie aangenomen dat bewustzijn uit materie zoals wij die kennen voorkomt noch wordt de positie aangenomen waarbij bewustzijn naast materie bestaat. Voor meditatie maakt dit niet uit.
Traditionele benaderingen van het Boeddhisme zoals in het Tibetaans Boeddhisme zijn dan niet mogelijk omdat daarbij (bijvoorbeeld bij de zogenaamde preliminary practices, of bij bepaalde vows zoals de Bodhisattva vow) impliciet aangenomen wordt dat reïncarnatie bestaat , zodat een seculiere benadering overblijft met een openheid voor een mogelijke religieuze interpretatie later.

Bij de westerse cultuur past ook beter een benadering van ontdekken in je eigen ervaring zodat het daarbij ook beter is om te ontdekken hoe het is/werkt via meditatie in plaats van de meditatie te ontwikkelen op basis van verhalen over hoe het is (Discovering the view through meditation instead of meditation through the view).

In het laatste geval ga je af op een conceptueel verhaal dat je gelooft en baseer je je oefening daarop. Echter op het moment dat je gaat twijfelen aan dat verhaal, heeft je oefening geen goede basis meer zodat dit dan ten koste kan gaan van je beoefening.

Beter is om zelf te ontdekken hoe het is via meditatie. Op die manier kan een verkeerde interpretatie van een verhaal en daaraan vasthouden ook niet in de weg zitten van het ontdekken hoe het is in directe ervaring. Daarnaast kunnen verhalen over hoe het is ook twijfel oproepen omdat je twijfelt aan het verhaal en die twijfel kan dan de beoefening van meditatie in de weg staan.